Wijzigingen inzake het gebruik van de eBox
De ministerraad keurt op voorstel van de minister belast met Digitalisering, Vanessa Matz, een ontwerp van koninklijk besluit goed tot wijziging van enkele bepalingen inzake het gebruik van de eBox.
De wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten via eBox regelt de terbeschikkingstelling van de eBox ‘natuurlijke personen’ door de FOD BOSA en de eBox ‘ondernemingen’ door de RSZ.
Het ontwerp van koninklijk besluit dat goedgekeurd wordt, wijzigt het koninklijk besluit van 25 december 2023 tot uitvoering van de artikelen 6, vierde en vijfde lid, en 13 van de wet van 27 februari 2019, die verschillende voorwaarden en modaliteiten vastlegt betreffende het gebruik van de eBox.
Het betreft volgende wijzigingen inzake de eBox ‘natuurlijke personen’:
- de verduidelijking dat het versturen van een herinnering binnen een maand nadat de ontvanger het bericht niet heeft gelezen, gebeurt op initiatief van de afzender en uitsluitend indien deze dit nodig acht
- het uitstel tot 1 juni 2026 van de datum vanaf wanneer openbare diensten die minstens 20.000 berichten per jaar versturen, verplicht zijn om elektronische berichtenuitwisseling via de eBox te gebruiken
Het ontwerp voorziet tevens in de inwerkingtreding van alle bepalingen van hoofdstuk 1 van het koninklijk besluit van 25 december op 1 juni 2026.
Het ontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.
Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van artikel 4, derde lid, en van artikel 6 en tot bepaling van de inwerkingtreding van hoofdstuk 1 van het koninklijk besluit van 25 december 2023 tot uitvoering van de artikelen 6, vierde en vijfde lid, en 13 van de wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten via eBox