Hoort bij Ministerraad van 3 april 2026
Wijzigingen aan de antidiscriminatiewetten
De ministerraad keurt op voorstel van minister van Gelijke Kansen Rob Beenders een voorontwerp van wet goed tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden, van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie en van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen.
Het voorontwerp van wet beoogt de drie antidiscriminatiewetten in overeenstemming te brengen met de Richtlijn (EU) 2024/1499 en de Richtlijn (EU) 2024/1500.
Het voorontwerp voorziet in dit kader volgende wijzigingen:
- Toevoeging van een procedure tot minnelijke geschillenbeslechting: het voorontwerp verduidelijkt in de drie antidiscriminatiewetten dat eenieder een verzoek tot minnelijke geschillenbeslechting kan indienen bij het orgaan voor gelijke behandeling. Het laat de organen voor gelijke behandeling toe om zelf de voorwaarden en modaliteiten van de procedure te bepalen.
- Toevoeging van bevoegdheden tot bewijsgaring: de organen voor gelijke behandeling zijn bevoegd om de nodige bewijselementen te vergaren om vast te stellen of er sprake is van een discriminatie.
- Omkering van de bewijslast: er wordt een bepaling toegevoegd in de antidiscriminatiewetten die de omkering van de bewijstlast inhoudt, specifiek wanneer de verweerder weigert om te reageren op een verzoek tot informatie van het orgaan voor gelijke behandeling.
- Observaties aan het bevoegde rechtscollege: er wordt een bepaling opgenomen in de antidiscriminatiewetten die organen voor gelijke behandeling toelaat om observaties bij een rechtscollege in te dienen.
- Sensibilisering: in de antiracismewet en in de antidiscriminatiewet wordt een bepaling opgenomen over de verplichting voor de regering om passende maatregelen te nemen om de bevolking bewust te maken over het bestaan van organen voor gelijke behandeling en de in deze wetten bedoelde rechten.
- Raadpleging: in de antiracisme- en antidiscriminatiewet wordt een raadplegingsverplichting opgenomen. De regering moet de gelijkebehandelingsorganen consulteren over wetsontwerpen en besluiten met impact op de rechten bedoeld in deze wetten, evenals over de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van actieplannen ter versterking ervan.
Het voorontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Gegevensbeschermingsautoriteit en de Raad van State.