Vanwege de gezondheids- en energiecrisis van de afgelopen jaren en om de betaalde vakantierechten van werknemers te waarborgen, werden een aantal opeenvolgende koninklijke besluiten genomen waarin werd bepaald dat dagen van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht uitzonderlijk werden gelijkgesteld met werkdagen. Deze maatregelen hebben de reserves in het stelsel van de jaarlijkse vakantie voor arbeiders aanzienlijk doen afnemen. Het is daarom van essentieel belang om de financiering van het stelsel te consolideren zodat het bestand is tegen toekomstige onzekerheden.
Het ontwerp van koninklijk besluit heeft als doel de bepalingen betreffende de socialezekerheidsbijdragen voor de financiering van het stelsel van de jaarlijkse vakantie van handarbeiders tijdelijk te wijzigen om de uitgaven te dekken die voortvloeien uit het in aanmerking nemen van de gelijkgestelde dagen in het vakantiegeld van arbeiders.
Voor de periode van 1 oktober 2026 tot en met 31 december 2033 worden de volgende bedragen tijdelijk verhoogd:
- de driemaandelijkse werkgeversbijdrage bepaald in artikel 3 van de besluitwet van 28 december 1944 en in artikel 38 van de wet van 29 juni 1981
- de werknemersbijdrage bepaald in artikel 15 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967
- voor de diamantsector de bijdrage bepaald in artikel 4 van het koninklijk besluit van 15 januari 1971
Het ontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.