Stappen is de meest universele manier van voortbewegen: Nagenoeg alle Belgen stappen minstens enkele dagen per jaar en 58% stapt minstens drie keer per week. Een volwassen Belg legt elk jaar gemiddeld 550 kilometer te voet af; dat komt neer op gemiddeld 22 minuten stappen en 1,5 kilometer per dag. In totaal wordt er zo in België elk jaar zo’n 6 miljard kilometer te voet afgelegd.
Stappen is na de auto bovendien de op één na meest gebruikte verplaatsingswijze in België: het is de belangrijkste modus voor 16% van de verplaatsingslussen voor dagelijkse doeleinden. Het aandeel ervan in de afgelegde afstanden bedraagt daarentegen slechts 2%. Dit is vooral te verklaren door de rol die het speelt bij korteafstandsverplaatsingen. Stappen is immers in de eerste plaats een verplaatsingswijze waar nabijheid de doorslag geeft: 32% van de verplaatsingen van minder dan 5 kilometer worden te voet afgelegd.
Het werkelijke belang ervan reikt veel verder dan enkel de trajecten die volledig te voet worden afgelegd: stappen speelt een essentiële rol in de intermodaliteit. Wat het woon-werkverkeer per trein betreft, gaat 40% van de pendelaars te voet naar het station en legt 79% het laatste deel van hun traject te voet af. Bij verplaatsingen waarbij de bus, de tram of de metro de hoofdvervoerswijze zijn, speelt stappen een nog grotere rol: het vertegenwoordigt 93% van de voortrajectwijze en 99% van de natrajectwijze. Met andere woorden: zelfs wanneer een verplaatsing wordt geregistreerd als een verplaatsing met de trein, de metro of de bus, begint of eindigt deze heel vaak te voet.