06 nov 2003 10:50

20031106-Toespraak Eerste Minister Verhofstadt

TOESPRAAK VAN EERSTE MINISTER GUY VERHOFSTADT TER OPENING VAN DE RONDE TAFEL VAN DE ZELFSTANDIGEN.

RIJKSINSTITUUT VOOR DE SOCIALE VERZEKERINGEN DER ZELFSTANDIGEN, 6 NOVEMBER 2003.

TOESPRAAK VAN EERSTE MINISTER GUY VERHOFSTADT TER OPENING VAN DE RONDE TAFEL VAN DE ZELFSTANDIGEN. RIJKSINSTITUUT VOOR DE SOCIALE VERZEKERINGEN DER ZELFSTANDIGEN, 6 NOVEMBER 2003.

Dames en Heren, Uit een recent onderzoek blijkt dat één op de drie jongeren tussen de 18 en de 25 jaar overweegt om een eigen zaak te beginnen. Hun voornaamste motivatie is dat ze niet willen werken voor een baas. Dat is een gevoel dat de meesten onder ons wel eens overkomt, en hoeft dus niet te verbazen. De redenen die daarna volgen, zijn het hogere loon, de uitdaging en de grotere voldoening. Maar ondanks het feit dat één op de drie jongeren een eigen onderneming wil opstarten, is het aantal starters in 2002 in België gedaald met 1,8%. Dit is nog niet zo dramatisch als bijvoorbeeld in Nederland dat te kampen heeft met een daling die dubbel zo groot is. Maar toch moeten we ons de vraag stellen hoe het komt dat de meeste van die jongeren die een eigen zaak willen opstarten, dat uiteindelijk niet doen? Volgens datzelfde onderzoek schrikt de nood aan kapitaal, de papierberg en de minder gunstige economie schrikt de jongeren af. Maar het belangrijkste obstakel voor die ondernemingsgezinde jongeren zijn de risico?s. Deze obstakels zijn niet nieuw. We kennen ze. We weten dat mogelijke starters afknappen op het gebrek aan een sociaal statuut. Niemand van jullie zal ontkennen dat we tijdens de vorige regeerperiode een aantal van die problemen hebben weggewerkt. We hebben daarvoor toen 250 miljoen euro, bijna 10 miljard Belgische frank uitgetrokken. Ik moet u de opsomming van maatregelen niet geven. U kent ze. Onder andere werd het minimumpensioen verhoogd. Het werd eveneens mogelijk om tot de helft van het pensioen bij te verdienen. De kinderbijslagen werden verhoogd. Daarnaast zijn de uitkeringen opgetrokken tot hetzelfde niveau als het leefloon. Bij faillissement werd een uitkering voorzien van zes maanden. Na 30 jaar strijd is er sinds 1 januari 2003 eindelijk een sociaal statuut voor 120.000 meewerkende echtgenotes of echtgenoten. Ook de belastingdruk voor KMO?s werd verlaagd van 28 naar 24%. En er werd een Startersfonds opgericht met meer en hogere startersleningen als gevolg. Tenslotte werd tijdens het jongste begrotingsconclaaf besloten het evenwicht van het stelsel van zelfstandigen te verzekeren. Niemand kan dus beweren dat we nog niets hebben gedaan. Maar om Winston Churchill te citeren: ?Dit is nog niet het einde, niet eens het begin van het einde. Dit is veeleer het einde van het begin.? Wij willen van België opnieuw een ondernemend België maken. Dat is de reden waarom we deze Ronde tafel voor de zelfstandigen hebben opgezet. Dat is de reden waarom u vanaf vandaag hier elke week zult samen zitten. De opdracht is groots. De kans is uniek. U krijgt de mogelijkheid om in de komende weken en maanden een totaal nieuw statuut voor zelfstandige ondernemers uit te werken. Na 25 jaar van al bij al beperkte aanpassingen is er vandaag ruimte om eindelijk een volwaardig statuut op poten te zetten. Het komt er op aan om die ruimte te gebruiken. Net zoals een generatie tijdens de tweede wereldoorlog een sociale zekerheid voor werknemers heeft uitgewerkt, krijgt uw generatie nu de kans om de architecten te worden van een volwaardig statuut voor zelfstandige ondernemers. De opdracht is niet gering. Er is heel wat dat moet gedaan worden. Er liggen immers drie grote dossiers op tafel: 1) het pensioenstelstel en de eindeloopbaan, 2) de gezondheidszorg en ten slotte (3) de arbeidsongeschiktheid en invaliditeitsuitkeringen. Sta mij toe deze drie belangrijke dossiers even te overlopen. Ten eerste het pensioenstelsel en de eindeloopbaan. Zelfstandige ondernemers vinden het onrechtvaardig dat zij niet kunnen genieten van hetzelfde minimumpensioen als de werknemers. Hun klacht is terecht. Het is dan ook de bedoeling dat deze Ronde Tafel een nieuw pensioensysteem uitwerkt. Dat systeem moet vermijden dat er zich bij eindeloopbaan een belangrijke vermindering van de levensstandaard voordoet. We moeten evenwel vermijden dat de kost voor deze pensioenregeling helemaal ten laste zal komen van de toekomstige generaties. Dat zou onverantwoordelijk zijn. De Ronde Tafel zal daarom voor het zelfstandigenpensioen vernieuwende oplossingen moeten zoeken. Oplossingen die repartitie en kapitalisatie samenbrengen. Dit is onontbeerlijk om aan de zelfstandigen ook in de toekomst een volwaardig pensioenstelsel te kunnen waarborgen. Om dit doel te bereiken zal vernieuwend moeten nagedacht worden over 1) de samenhang van de twee verschillende pensioenpijlers 2) de aard van de band tussen die twee pijlers 3) het nauwkeurig definiëren hoe het kapitalisatiestelsel de eerste pijler moet ondersteunen. 4) het definiëren van de rol van de verschillende intervenanten bij het in werking stellen van dit pensioenstelstelsel 5) de criteria waaraan de operatoren, die dit pensioenstelsel in werking stellen, moeten beantwoorden. Naast deze eerste pijler en de zogenaamde eerste pijler bis, zal er ook gewerkt moeten worden aan een geloofwaardige tweede pijler, oftewel het vrij aanvullend pensioen. Deze tweede pijler moet ervoor zorgen dat zelfstandigen een pensioenniveau bereiken dat aansluit bij dat van de werknemer. Op 1 januari 2004 treedt er reeds een regeling omtrent het vrij aanvullend pensioen in werking. Het is evenwel duidelijk dat dit stelsel nog aantrekkelijker moet gemaakt worden. Daarom moet er nog verder gewerkt worden aan de backservice, het percentage van de bijdragen en de aanpassing van de modaliteiten van de vastlegging van de plafonds. Om op deze vragen een antwoord te kunnen geven, zal er heel wat creatief en vernieuwend denken nodig zijn. Dat zal ook het geval zijn voor de toegelaten activiteit van gepensioneerden. We zijn het er allemaal over eens dat we verder moeten durven gaan dan de huidige regeling. Maar hoever? Een tweede dossier betreft de gezondheidszorg. Als we zien dat een grote meerderheid van de zelfstandigen reeds vrijwillig een verzekering heeft afgesloten voor de kleine risico?s, dan moet het toch mogelijk zijn om die kleine risico?s te integreren in een verplichte verzekering. Daarbij rijst natuurlijk de vraag van de financiering van die verzekering. En volgens welke modaliteiten de bijdrageplafonds aangepast moeten worden. Een derde en laatste grote dossier gaat over de arbeidsongeschiktheid en de invaliditeitsuitkeringen. Onze sociale zekerheidsstelsels zijn gebaseerd op twee principes namelijk het solidariteitsbeginsel en het verzekeringsbeginsel. Het evenwicht tussen deze twee beginsels is belangrijk en moet dus bewaard blijven. Concreet moet er dus een samenhang gevonden worden tussen het bedrag van de toegekende uitkeringen, de beroepsinkomsten die ze beogen te vervangen en de gestorte bijdragen. Dames en heren, Van deze drie dossiers een coherent, transparant en volwaardig sociaal statuut voor de zelfstandige ondernemer te maken, is geen eenvoudige opdracht. Het vraagt van iedere aanwezige creativiteit en voldoende bereidheid om tot gedragen oplossingen te komen. We hebben dus niet voor de meest gemakkelijke weg gekozen. We hadden het vanuit de regering ook anders kunnen doen. We hadden kunnen zeggen: ?Dit is het budget dat we voor sociale maatregelen voor zelfstandigen ter beschikking stellen. Aan de Ronde Tafel om die netjes te verdelen.? Dat was voor iedereen het eenvoudigste geweest. Maar wat zou het resultaat geweest zijn? Net zoals in de voorbije 25 jaar zouden er links en rechts wat aanpassingen en verbeteringen gebeurd zijn. Maar een volwaardig statuut voor de zelfstandige ondernemer? Ik twijfel eraan of we dat zouden gekregen hebben. Hoe dan ook zal die aanpak, en meer bepaald de financiering, een inspanning vergen van iedereen. En met iedereen bedoel ik én de zelfstandigen én overheden. Ik wil dan ook dat er op het einde van de Ronde Tafelconferentie niet alleen een wettelijk kader voor het statuut zal voorgesteld worden , maar dat er ook een consensus wordt bereikt over de financiering. U en ik weten even goed dat die financiering niet in één keer kan gebeuren. Zeker niet als we het statuut au sérieux willen nemen. De financiering zal een onvermijdelijk een meerjarenfinanciering moeten zijn volgens een haalbaar groeipad. Ik kan u in elk geval aankondigen dat de Federale regering dit groeipad zal nauwgezet zal uitvoeren, te beginnen bij de begrotingscontrole van 2004. Dames en heren, Er staat tijdens deze Ronde Tafelconferentie voor de zelfstandigen heel wat op het spel. Zelfstandigen en KMO?s zorgen in België voor meer dan 91% van de jobs in ondernemingen en meer dan 40% van de totale tewerkstelling in de privé-sector. Honderdduizenden zelfstandigen en toekomstige zelfstandigen kijken uit naar het resultaat van deze conferentie. U krijgt de kans om de architecten te worden van het langverwachte volwaardige statuut van de zelfstandige ondernemer. U krijgt de kans om van België opnieuw een land te maken dat aantrekkelijk is voor ondernemers. U heeft de kans om van België opnieuw een ondernemend België te maken. Ik ben ervan overtuigd dat u deze unieke kans niet zult laten liggen. Ik dank u.