Beperkingspercentage voor de pensioenen voor werknemers en zelfstandigen - Tweede lezing
De ministerraad keurt op voorstel van minister van Pensioenen Jan Jambon en van minister van Zelfstandigen Eléonore Simonet in tweede lezing een voorontwerp van wet goed tot invoering van een beperkingspercentage in de pensioenregeling voor werknemers en zelfstandigen.
Het voorontwerp, aangepast aan het advies van de Raad van State, strekt ertoe bij de berekening van het rustpensioen, het overlevingspensioen en de overgangsuitkering als werknemer de gelijkgestelde dagen onder toepassing van het beperkingspercentage van de werknemer (bij een rustpensioen) of de overleden echtgenoot (bij een overlevingspensioen of een overgangsuitkering) nog slechts ten belope van een bepaald percentage van de beroepsloopbaan voor de werknemer of de overleden echtgenoot in aanmerking te nemen.
Wat het zelfstandigenpensioenstelsel betreft, verduidelijkt het voorontwerp de plafondregel in geval van een minimumpensioen wanneer, bij een gemengde loopbaan, het beperkingspercentage werd toegepast voor het werknemerspensioen.
Concreet heeft het voorontwerp tot doel om geleidelijk een beperkingspercentage in te voeren, gekoppeld aan de geboortecohorten, voor de volgende gelijkgestelde periodes binnen het pensioenstelsel van de werknemers:
- onvrijwillige werkloosheid, met uitzondering van tijdelijke werkloosheid en MIGU/ZIGU (deeltijds werken met behoud van rechten, met en zonder inkomensgarantie-uitkering)
- brugpensioen en stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag
- landingsbanen
- de niet-gewerkte dagen in landingsbanen
Vanaf 1 januari 2027 worden de gelijkgestelde dagen onder toepassing van het beperkingspercentage die meer dan 40% uitmaken van de beroepsloopbaan niet langer meegerekend voor de berekening van het werknemerspensioen. Deze grens van 40% daalt geleidelijk tot 20%, zoals dit vandaag reeds het geval is voor ambtenaren. Het beperkingspercentage dat van toepassing is, is gekoppeld aan het geboortejaar van de betrokkene. De dagen die als eerste worden geschrapt, zijn de dagen die het minst bijdragen aan de opbouw van het pensioen van de betrokkene, de 'minst voordelige dagen'.
De gelijkstelling voor wat betreft de perioden zoals militaire dienst, ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof en diverse zorgverloven blijven onverkort behouden en worden gevrijwaard voor het beperkingspercentage.
Het voorontwerp wordt ter ondertekening voorgelegd aan de Koning, met het oog op de indiening ervan bij de Kamer van volksvertegenwoordigers.