Het voorontwerp wijzigt in de eerste plaats enkele bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de periodieke evaluatie van de magistraten en de evaluatie van de magistraten die titularis zijn van adjunct-mandaten en bijzondere mandaten.
Daarnaast wijzigt het voorontwerp de bepalingen met betrekking tot de evaluatie van de korpschefs en de hernieuwing van het mandaat van korpschef.
Het voorontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.