Een groot deel van de bepalingen van het voorontwerp wijzigen de financiële wetgeving op technisch vlak naar aanleiding van de voornoemde drie ontwerpen. Het bevat ook bepalingen die tot doel hebben de bepalingen van de andere wetten voor het toezicht op de ondernemingen van de financiële sector in overeenstemming te brengen met de beginselen van het ontwerp van bankwet, wat de leiders en verantwoordelijken voor onafhankelijke controlefuncties en de oprichting van een directiecomité betreft.
Het regelt ook het statuut en de samenstelling van het Afwikkelingscollege (het college dat gelast wordt met de ordentelijke afwikkeling van banken in moeilijkheden) en maakt een einde aan de onverenigbaarheid van de fiscale
bepalingen betreffende de gereglementeerde spaardeposito’s met het vrije dienstenverkeer in de EER.
Het voorontwerp wordt voor advies aan de Raad van State voorgelegd.