14 feb 2026 15:42

Economische begroting 2026 en vooruitzichten 2027-2031

De ministerraad neemt op voorstel van minister van Economie David Clarinval kennis van de cijfers van de economische begroting 2026, meegedeeld door het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR).

De economie van de eurozone presteerde in 2025 beter dan verwacht, met een groei van 1,5%, tegenover 0,9% in 2024. In 2026 (1,3%) en 2027 (1,4%) zou de economische groei van de eurozone nagenoeg stabiel blijven, met de binnenlandse vraag als belangrijkste groeimotor. De verdere uitbouw van de Europese defensie en investeringen in de Duitse infrastructuur zouden de industrie een impuls geven en de investeringsgroei verder ondersteunen. De groei van de particuliere consumptie zou op peil blijven. De uitvoer zou daarentegen gehinderd worden door de sterke appreciatie van de euro en het overaanbod van Chinese goederen op de wereldmarkt. Op middellange termijn zou de bbp-groei in de eurozone licht vertragen tot 1,1% doordat de vergrijzing de toename van de bevolking op arbeidsleeftijd afremt. 

In 2024 en 2025 werd de Belgische bbp-groei (respectievelijk 1,1% en 1,0 %) voornamelijk gedragen door de particuliere consumptie. Ook de bedrijfsinvesteringen en de overheidsuitgaven leverden een belangrijke bijdrage, terwijl de netto-uitvoer en de investeringen van de gezinnen in woningen een negatieve impact hadden. Dit jaar zou de economische groei licht aantrekken tot 1,1%, ondersteund door een groeiversnelling van de investeringen van zowel de ondernemingen als de overheid. Daarnaast vertoont de uitvoer een bescheiden herstel en is de terugval van de woningbouw aanzienlijk kleiner dan in de voorgaande jaren. In de periode 2027- 2031 zou de bbp-groei schommelen tussen 1,1% en 1,4% (gemiddeld 1,2%), wat in lijn ligt met het groeitempo van de eurozone. In vergelijking met de periode 2024-2026 zou de bijdrage van de particuliere consumptie en de overheidsuitgaven geringer zijn als gevolg van diverse maatregelen, terwijl het herstel van de uitvoer en van investeringen in woningen zich verder zou doorzetten. 

De consumptieprijsinflatie bedroeg in 2025 2,5% (tegenover 3,1% in 2024) en zou verder dalen tot 1,9% in 2026 en tegen het einde van de projectieperiode uitkomen op 1,7%, ondanks een tijdelijke piek in 2028 (2,2%) als gevolg van de invoering van het ETS2-systeem. De groei van de gezondheidsindex zou een gelijkaardig verloop kennen en dalen van 2,6% in 2025 tot 2,1% in 2026, om op middellange termijn eveneens uit te komen op 1,7%. 

Over de gehele periode 2026-2031 stijgt de werkgelegenheid met 276 200 personen. De werkgelegenheidsgraad (20-64 jaar; definitie EAK) neemt dit jaar nauwelijks toe (van 72,8% tot 72,9%), maar klimt daarna gestaag tot 75,2% in 2031. Door de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd en de aanhoudende stijging van het aantal gepensioneerden met een flexi-job, zou meer dan een derde van de verwachte werkgelegenheidsgroei betrekking hebben op personen van 65 jaar en ouder, die niet in deze indicator worden meegenomen. De administratief gemeten werkloosheidsgraad steeg van 8,1% in 2022 tot 9,6% in 2025, stabiliseert zich dit jaar en zou geleidelijk dalen tot 8,4% tegen 2031. 

Het overheidstekort stijgt van 4,4% van het bbp in 2024 tot 5,3% in 2025. Dit resultaat voor 2025 is voorlopig omdat het gebaseerd is op observaties die nog onvolledig zijn. De projectie voor 2026 komt uit op een tekort van 4,9%, wat overeenkomt met het tekort in het ontwerpbegrotingsplan dat België op 14 januari 2026 aan de Europese Commissie heeft voorgelegd. In de daaropvolgende jaren neemt het tekort opnieuw toe, van 5,1% in 2027 tot 5,7% in 2029 en 6,3% in 2031. De Belgische overheidsschuld, die in 2025 op 107% van het bbp wordt geraamd, stijgt tot 117% in 2029 en 122% in 2031.