Europese rapporteringsverplichtingen: jaarlijks voortgangsverslag 2026
De ministerraad keurt op voorstel van minister van Begroting Vincent Van Peteghem en van minister van Financiën Jan Jambon het voortgangsverslag goed dat tegen 30 april 2026 moet ingediend worden bij de Europese Commissie.
In het jaarlijks voortgangsverslag moet worden gerapporteerd over:
- de netto-uitgaven en de naleving van het netto-uitgavenpad aanbevolen door de Centrale Raad voor het bedrijfsleven
- de uitvoering van de hervormingen en investeringen die aan een verlenging van de aanpassingsperiode tot zeven jaar ten grondslag liggen
- de uitvoering van de overige hervormingen en investeringen
- actualisatie van de maatregelen die in de jaarlijkse begrotingen zijn opgenomen, zoals details over discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde en de geraamde budgettaire gevolgen daarvan
- actualisatie van macro-economische parameters
Voortbouwend op de praktijk van de nationale hervormingsprogramma’s moet in het jaarlijks voortgangsverslag ook verslag worden uitgebracht over:
- de voortgang bij de uitvoering van de landspecifieke aanbevelingen en de aanpak van macro-economische onevenwichtigheden
- de voortgang bij de verwezenlijking van de Europese pijler van sociale rechten (met inbegrip van de nationale streefcijfers voor 2030 op het gebied van werkgelegenheid, vaardigheden en armoedebestrijding)
- de duurzame ontwikkelingsdoelen
- de vooruitgang bij de aanpak van de overige gemeenschappelijke prioriteiten van de EU
Tot slot wordt ook gerapporteerd over de voortgang bij de uitvoering van de hervormingen en investeringen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan (RRP) en de manier waarop gevolg wordt gegeven aan de Excessive Deficit Procedure (EDP)-aanbevelingen.
De ministers van Begroting en van Financiën worden opgedragen het jaarlijks voortgangsverslag op de agenda van het Overlegcomité te plaatsen met het oog op de tijdige indiening ervan bij de Europese Commissie.