De populatiegroei valt uiteen in twee groepen. Enerzijds nam het aantal erkende vluchtelingen met 3,5% toe. Anderzijds steeg het ander aantal rechthebbenden op een leefloon binnen onze bevolking met 4,9%.
In de groep van niet-vluchtelingen maken we een onderscheid tussen jongeren (min 25-jarigen) en ouderen (25 tot en met 64-jarigen) waarvoor verschillende terugbetalingspercentages van de federale overheid aan de OCMW’s voor de ingediende dossiers van toepassing zijn.
De groep jonge leefloners steeg met 2%. Deze jongeren worden aan de hand van een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie (GPMI) aangemoedigd een diploma te behalen met het oog op hun professionele inschakeling in de maatschappij. Aangezien 1 op 4 leefloners jonger dan 25 jaar is (26,7%), blijft hun aandeel in de totale leefloonpopulatie in scherp contrast staan met de 10,7% dat deze groep uitmaakt in de Belgische bevolking.
De leeftijdsgroep 25-64-jarigen waarin we onder andere laaggeschoolden en alleenstaande ouders met kinderen ten laste aantreffen, steeg met 2,9%.
De veralgemening van het GPMI sinds november 2016 voor de hierbovenvermelde groep doet langzaamaan haar intrede. Op basis van het aantal ingediende dossiers stellen we een positieve trend vast. Zo hebben in de periode van november 2016 tot en met augustus 2017 al 81.275 personen een GPMI-contract getekend. Hun aantal komt bovenop de 26.562 leefloonstudenten met een GPMI-contract.
Anders uitgedrukt wil dit zeggen dat van de 186.628 personen die in de periode van november 2016 tot en met augustus 2017 een leefloon ontvingen, 43,5% een GPMI-contract hebben ondertekend: respectievelijk 29,3% een algemeen GPMI en 14,2% een GPMI voor studenten.