09 jul 2004 17:00

BTW-fraude

Op voorstel van de heer Didier Reynders, Minister van Financiën, en van de heer Hervé Jamar, Staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, heeft de Ministerraad een ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd tot wijziging van de koninklijke besluiten 1 en 2 aangaande de belasting over de toegevoegde waarde (BTW).

Op voorstel van de heer Didier Reynders, Minister van Financiën, en van de heer Hervé Jamar, Staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, heeft de Ministerraad een ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd tot wijziging van de koninklijke besluiten 1 en 2 aangaande de belasting over de toegevoegde waarde (BTW).

In het kader van de beslissingen die genomen werden op het Ministerraad van Gembloux, bevat dit ontwerp volgende maatregelen : 1. het verhogen van de drempel onder de welke kwartaalaangiften aanvaard worden, van 500.000 euros naar 1.000.000 euros, vanaf 1 januari 2005. Die maatregel werd genomen samen met de Staatssecretaris voor administratieve vereenvoudiging, Vincent Van Quickenborne, en leidt tot een niet onbelangrijke administratieve vereenvoudiging ; 2. de uitbreiding van de verplichting voor bepaalde sectoren om maandelijks een BTW-aangifte in te dienen vanaf een jaaromzet van 200.000 euros. Die bepaling ligt in de lijn van een opgedreven strijd tegen BTW fraude, voornamelijk in de voor carrouselfraude gevoelige sectoren, zoals die van GSM's, van computers, randapparatuur en toebehoren, en van gemotoriseerde voertuigen onderworpen aan de reglementering betreffende de inschrijving. Die maatregel wordt momenteel al met succes toegepast in de sector van de minerale oliën ; 3. voor de BTW-plichtigen die voldoen aan de voorwaarden voorzien in de vorige twee punten dient de overgang van de kwartaalregeling naar de maandregeling voortaan te gebeuren bij het verstrijken van het kalenderkwartaal, zonder te moeten wachten, zoals dat nu het geval is, op het einde van het jaar ; 4. het verhogen van de drempel van 500.000 euros naar 750.000 euros, rekening houdend met de evolutie van het indexcijfer, om te kunnen genieten, binnen de voorziene grenzen, van het forfaitair taxatieregime.