20 jul 2004 17:00

Strafbemiddeling

Op voorstel van Laurette Onkelinx, Minister van Justitie keurde de Ministerraad het voorontwerp van wet goed tot invoering van bepalingen inzake de bemiddeling in de Voorafgaande Titel van het Strafwetboek en in het Wetboek van Strafvordering.

Op voorstel van Laurette Onkelinx, Minister van Justitie keurde de Ministerraad het voorontwerp van wet goed tot invoering van bepalingen inzake de bemiddeling in de Voorafgaande Titel van het Strafwetboek en in het Wetboek van Strafvordering.

De strafbemiddeling houdt, zowel voor de dader van de feiten als voor het slachtoffer een alternatief in op de klassieke behandeling van het misdrijf. Voor de dader betekent de deelname aan een bemiddelingsproces dat hij een inspanning moet leveren: hij wordt voor zijn verantwoordelijkheden geplaatst. Op die wijze kan de bemiddeling het risico op recidive beperken en een preventief effect hebben. Bovendien geeft de strafbemiddeling het slachtoffer een plaats en een werkelijke erkenning, zodat het gevoel "vergoed te worden" groter is. Meerdere technieken met betrekking tot bemiddeling werden de afgelopen 15 jaar op verschillende niveaus van de strafprocedure geïntroduceerd : - op het niveau van het parket, - tijdens de procedure voor de rechtbank, - op het gebied van de strafuitvoering. De strafbemiddeling verdiende ruim haar sporen tijdens die praktijken die op het terrein werden ontwikkeld. Het moment is dus gekomen om een vast aanbod te voorzien van strafbemiddeling, in de brede betekenis van het woord. Met het voorontwerp van wet wordt dus een kader gecreëerd dat het mogelijk maakt dat eenieder die in een strafprocedure verwikkeld is een beroep kan doen om vrijwillige bemiddeling.