De overeenkomsten regelen het algemeen kader voor de bescherming en beveiliging van geclassificeerde informatie die tussen de twee ondertekenende landen wordt uitgewisseld. Ze hebben als doel een gelijkwaardige behandeling van geclassificeerde informatie te garanderen en daardoor toegang tot elkaars geclassificeerde informatie mogelijk te maken.
Beide landen mogen de geclassificeerde informatie niet voor andere doeleinden gebruiken dan waarvoor ze werd verstrekt. Geclassificeerde informatie kan tevens niet worden vrijgegeven aan een derde staat, aan een natuurlijke of rechtspersoon met de nationaliteit van een derde staat of aan een internationale organisatie, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de overheid van oorsprong.
Door deze overeenkomsten erkennen beide partijen elkaars veiligheidsmachtigingen. Daarnaast regelen ze de procedures voor samenwerking en wederzijdse bijstand in het kader van de bescherming van geclassificeerde informatie.
De overeenkomsten zijn niet van toepassing op geclassificeerde informatie uitgewisseld in het belang van de Europese Unie of de NAVO, aangezien hiervoor aparte overeenkomsten werden afgesloten tussen deze organisaties en hun lidstaten.