De COVID-19 pandemie heeft veel gevraagd van de samenleving en ook van de overheden. De pandemie
is op dit ogenblik nog niet voorbij, zoals we recent met de gebeurtenissen in China zagen. Andere
onvoorspelbare gezondheidsdreigingen doken intussen op en vergen telkens een specifieke aanpak:
bijvoorbeeld de Apenpokkenuitbraak afgelopen zomer, maar ook bij het uitbreken van het conflict in
Oekraïne en de vluchtelingenstroom die volgde waren volksgezondheid en zorg belangrijke
aandachtspunten.
In de beheerstrategie van COVID-19 zorgde een succesvolle vaccinatiecampagne ervoor dat de meeste
maatregelen konden afgebouwd worden zonder dat de zorgsector opnieuw volledig overbelast
geraakte. Maar er zijn in tussentijd zowel in België als in de rest van Europa veel lessen te leren. De
wetgeving was onvoldoende aangepast. De samenwerking tussen diverse overheidsinstellingen kon
beter. De wetenschappelijke adviesverlening moest goed gestructureerd worden.
Op basis van de aanbevelingen van de parlementaire commissie en een intense oefening met de
verschillende gezondheidsadministraties van zowel de federale als de deelstaatoverheden, wil de FOD
Volksgezondheid nu een aantal hervormingen doorvoeren om toekomstige gezondheidscrises beter
gewapend aan te pakken. Deze voorstellen bouwen voort op het werk van het Coronacommissariaat,
waarvan de concrete taken overigens intussen allemaal zijn geïntegreerd in bestaande administraties.
De analyse van de FOD en de verbetervoorstellen zijn opgemaakt volgens het Strategic Framework for
Emergency Preparedness van de WHO. Dit strategische referentiekader van de WHO voor het beleid
inzake paraatheid op gezondheidscrises en veerkracht van het gezondheidssysteem voorziet drie assen:
sturing, capaciteiten en middelen.