Onder het RSZ-gebouw stroomt de overkapte Zenne. Wat vandaag een innovatieve energiebron is, was in het verleden een bron van zorgen. In de 19e eeuw kampte Brussel met overstromingen en ziektes, wat leidde tot het rechttrekken en overwelven van de rivier. Vandaag biedt diezelfde ondergrondse waterloop nieuwe kansen: dankzij een technische doorbraak – waarbij de rivier onder vacuümdruk wordt aangezogen – slaagt de RSZ erin om de natuurlijke warmte van het water te benutten voor het verwarmen van het hele gebouw.
Dat gebeurt met behulp van twee water/water-warmtepompen van elk 700 kW, die het rivierwater filteren, ontgassen en vervolgens gebruiken om warmte op te wekken. De warmtepompen zijn ruim vier keer efficiënter dan een klassieke gasketel en verlagen niet alleen de CO₂-uitstoot, maar ook de energiefactuur. Het systeem werkt autonoom, met behoud van de bestaande ketels als back-up voor extreme kou of bij onderhoud.
De installatie heeft geen negatief effect op het waterleven. Integendeel: het Zennewater dat terugvloeit, koelt de rivier af met gemiddeld 0,1 °C, wat bijdraagt aan een betere zuurstofbalans. Brussel Leefmilieu verleende de nodige vergunningen na een grondige analyse.
"Dankzij deze installatie is gas voor ons gebouw nagenoeg overbodig”, zegt Koen Snyders, administrateur-generaal van de RSZ. “We kunnen onze warmtebehoefte bijna volledig dekken met hernieuwbare energie uit de Zenne. En dat met een rendement dat vier keer hoger ligt dan bij klassieke installaties.”