Inbrekers zijn vooral op zoek naar juwelen, contant geld en elektronische apparaten. Een inbreker geeft zijn poging meestal na 3 minuten op als de inbraak te ingewikkeld blijkt.
1. Wees waakzaam
- Meld onmiddellijk elke verdachte situatie in uw buurt aan de politie via het noodnummer 112 (of 101)..
- Informeer uw gemeente of politiezone bij langdurige afwezigheid. Sommige bieden woningtoezicht aan of een bezoek van een diefstalpreventieadviseur.
- Sluit u aan bij het Buurtinformatienetwerk (BIN) in uw wijk om geïnformeerd en verbonden te blijven.
- Bewaar een inventaris van uw waardevolle voorwerpen (foto’s, serienummers, facturen).
- Is uw brievenbus opengebroken? Wees alert voor valse facturen in de daaropvolgende dagen.
2. Beveilig uw woning
- Sluit altijd deuren, ramen en rolluiken, zelfs bij een korte afwezigheid.
- Plaats waardevolle voorwerpen uit het zicht van voorbijgangers.
- Doe alsof u altijd aanwezig bent: programmeer verlichting, laat een radio spelen, vraag een buur om uw brievenbus leeg te maken en post uw afwezigheid niet op sociale media.
- Versterk de beveiliging van het gebouw: installeer sloten met een veiligheidscilinder, afsluitbare handgrepen en gelaagd glas.
- Laat geen gereedschap of ladders buiten rondslingeren.
- Voorzie een alarmsysteem, meld het bij de politie en onderhoud het.
- Bescherm uw verbonden apparaten: voer updates uit, gebruik sterke wachtwoorden en activeer aanbevolen beveiligingsmaatregelen.
3. Bij een inbraak
- Bel onmiddellijk de politie 112 (of 101).
- Raak niets aan zodat de sporen bewaard blijven.
- Blokkeer uw bankkaarten en elektronische apparaten.
- Maak een lijst van gestolen voorwerpen en contacteer uw verzekeringsmaatschappij.
Na een inbraak
Slachtoffer zijn van een inbraak kan een shocktoestand of angst veroorzaken. Blijf niet alleen: contacteer Slachtofferhulp in uw regio.
Om u te beschermen tegen alle vormen van diefstal en oplichting, raadpleeg de preventietips van de FOD Binnenlandse Zaken.