Opleiding van personeelsleden van de Dienst Vreemdelingenzaken
De ministerraad keurt op voorstel van minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Bernard Quintin en minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt een ontwerp van koninklijk besluit goed tot bepaling van de modaliteiten en de inhoud van de opleiding die escorteurs van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) moeten doorlopen om escorteopdrachten door de lucht te kunnen uitvoeren.
De wet van 12 mei 2024 voegde een nieuw artikel 28/2 toe aan de Vreemdelingenwet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Dit artikel bepaalt dat dat personeelsleden van de DVZ een escorteringsopdracht - met dwang indien noodzakelijk - mogen uitvoeren, voor zover zij daartoe de vereiste opleiding hebben gevolgd.
Daarnaast bepaalt het artikel 28/2 dat personeelsleden van de DVZ, die escorteopdrachten uitvoeren, voor de toepassing van artikelen 28, § 1, 37, 37bis en 37ter van de Wet op het Politieambt gelijkgesteld worden met politieambtenaren. Tot slot bepaalt artikel 28/1, §2, tweede lid, van de wet van 15 december 1980 dat de escorteurs van de DVZ hun escortingsopdrachten uitvoeren onder het gezag van een politieambtenaar.
In dit kader beoogt het ontwerp van koninklijk besluit de modaliteiten en de inhoud vast te leggen van de opleiding die personeelsleden van de DVZ dienen te volgen om te kunnen worden ingezet als escorteur bij de uitvoering van escorteringsopdrachten door de lucht.
Concreet worden een basisopleiding, een opleiding specifiek gericht op de verwijdering van vreemdelingen via de lucht en een verplichte bijscholingsopleiding voorzien.
Het ontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.