13 mei 2026 07:30

Sanctiecijfers – Voetbalwet – Seizoen 2024-2025

In het voetbalseizoen 2024/2025 behandelde de Dienst Voetbalveiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken 1.219 dossiers in het kader van de Voetbalwet. In bijna 9 op de 10 gevallen leidde dit tot een sanctie. De aanpak van Wangedrag in en rond voetbalstadions blijft daarmee een duidelijke prioriteit, met een sanctiebeleid dat consequent wordt toegepast en tegelijk verfijnder inspeelt op de aard en de ernst van de feiten.

cijfers sancties voetbal seizoen 2024-2025

Hoge beslissingsgraad met blijvende strengheid

Het aantal processen-verbaal dat de Dienst Voetbalveiligheid ontving, ligt in lijn met het voorgaande seizoen. 

In totaal werden 14.161 maanden stadionverbod opgelegd, samen met €759.250 aan administratieve geldboetes. Daarnaast werden 145 perimeterverboden uitgesproken, samen goed voor 3.031 maanden. De aard en ernst van de inbreuken blijven daarbij bepalend voor de zwaarte van de sanctie. Naast sanctionering werd in 67 dossiers gekozen voor een waarschuwing. Die wordt ingezet bij minder ernstige feiten en maakt deel uit van een preventieve aanpak gericht op normstelling en responsabilisering.

Maximale sancties voor de zwaarste inbreuken

In het seizoen 2024/2025 werden elf stadionverboden van de maximumduur van 60 maanden uitgesproken, telkens in combinatie met hoge geldboetes tot €4.000 en in sommige gevallen ook met een perimeterverbod van dezelfde duur. 

Daarnaast werden 21 stadionverboden van 48 maanden opgelegd. Het gaat hierbij om dossiers met ernstige en vaak gecombineerde feiten, zoals het gebruik of gooien van pyrotechniek (vaak gemaskerd), agressie tegenover andere supporters of politie en het overtreden van eerder opgelegde stadionverboden.

cijfers sancties voetbal 2024-2025

Top drie inbreuken

De meest vastgestelde inbreuken in 2024/2025 zijn dezelfde als die van vorig seizoen:

  1. 52 % aanzetten tot haat of woede, slagen en verwondingen zowel in het stadion als in de perimeter (artikel 23, artikel 23bis Voetbalwet)
  2. 31 % inbreuken met pyrotechnisch materiaal, zijnde het (pogen tot) binnenbrengen, het in bezit hebben, het gebruiken of het faciliteren van het gebruik van pyrotechnische middelen, zowel in het stadion als in de perimeter of in functie van een voetbalwedstrijd (artikel 23ter Voetbalwet).
  3. 25 % het gooien van voorwerpen in het stadion of in de perimeter (artikel 20 Voetbalwet, artikel 20bis Voetbalwet)

Blijvende inzet op preventie

Naast repressie blijft preventie een vaste pijler van het beleid. De FOD Binnenlandse Zaken blijft inzetten op sensibilisering via nauwe samenwerking met het terrein en gerichte preventieprojecten. 

In dat kader werd recent de sensibiliseringscampagne Sfeer kan ook anders’ gelanceerd in samenwerking met de Stichting Brandwonden, die via een krachtige video de concrete gevolgen van pyrotechniek in voetbalstadions zichtbaar maakt.

Nieuwe voetbalwet in de maak

Parallel aan de huidige handhaving loopt het beleidswerk rond een verdere actualisering van de Voetbalwet. Daarbij wordt gekeken hoe het bestaande kader kan worden versterkt, zowel op het vlak van sanctionering als preventie. 

Er is geen plaats voor geweld in en rond de stadions. We kunnen niet langer aanvaarden dat een minderheid van pseudo-supporters het feest bederft. Samen met alle betrokken actoren zullen we ons arsenaal aan maatregelen en sancties versterken, met één enkel doel: ervoor zorgen dat iedereen die op de tribunes aanwezig is, van de wedstrijden kan genieten in een positieve en sportieve sfeer!
Bernard Quintin
Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken

In de lopende besprekingen wordt onder meer aandacht besteed aan een mogelijke aanscherping van sancties bij ernstige feiten, een betere opvolging van stadionverboden en een versterkte samenwerking met clubs en veiligheidsdiensten, onder meer rond toegangscontroles. 

Tegelijk blijft sensibilisering een belangrijke pijler, met initiatieven die inzetten op verantwoordelijk supportersgedrag en een veilige stadionomgeving. Het uiteindelijke wetgevend traject zal verder vorm krijgen in overleg met de betrokken actoren en het parlement