Geen bewezen voordeel van een bijkomende echografie
Het KCE vond geen overtuigend bewijs dat de toevoeging van echografie aan mammografie het sterftecijfer door borstkanker zou doen afnemen. Het zou wel leiden tot een aanzienlijke toename van het aantal vals-positieve resultaten. Het KCE beveelt daarom aan om echografie niet toe te voegen aan mammografie.
Verouderde wetenschappelijke onderbouwing
De huidige screeningsprogramma’s zijn wetenschappelijk gebaseerd op zeven verouderde gerandomiseerde studies (van 1963 tot 1997) die kampen met methodologische beperkingen. Ze zijn ook niet meer representatief, want dankzij nieuwe technieken en betere behandelingen is de overleving bij borstkanker de laatste decennia aanzienlijk verbeterd. Recentere, observationele studies laten ook niet toe om het effect van screening betrouwbaar in te schatten. Door ‘bias’ (vertekening van de werkelijkheid) overschatten ze vaak de voordelen van screening.
In realiteit is de daling van het aantal gevorderde kankers trouwens niet zo groot als verwacht op basis van de gerandomiseerde studies. Het effect van de huidige screening moet daarom met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.
We zijn dus helemaal niet zeker over de grootte van de voor- en nadelen van het huidige borstkankerscreeningsprogramma, omdat de studies waarop ze gebaseerd zijn oud en van matige kwaliteit zijn. Deze onzekerheid is nog groter bij vrouwen jonger dan 50 jaar. Bij vrouwen van 70 jaar en ouder is aangetoond dat een screening niet zorgt voor minder overlijdens door borstkanker.
Kosteneffectiviteit onzeker en uitbreiding niet aanbevolen
Volgens het KCE bedraagt de huidige kost per gewonnen levensjaar in perfecte gezondheid ongeveer 13.700 euro, onder optimistische aannames. Dit kan echter oplopen tot boven 51.900 euro bij aannames die meer realistisch zijn. Bijgevolg kan de kosteneffectiviteit van de huidige screeningprogramma’s in vraag worden gesteld. België hanteert geen vaste drempel om te bepalen of een interventie kosteneffectief is. In plaats daarvan spelen de budgettaire haalbaarheid en de prioriteiten van de beleidsmaker een centrale rol.
Een uitbreiding van screening naar andere leeftijdsgroepen lijkt de kosteneffectiviteit niet te verbeteren, integendeel. Bij jongere vrouwen is het risico op borstkanker lager, terwijl bij oudere vrouwen het risico op overdiagnose toeneemt. Daarom, en omwille van een gebrek aan aangetoonde meerwaarde voor de betrokken vrouwen, beveelt het KCE aan om de huidige programma’s niet uit te breiden naar andere leeftijdsgroepen.
Duidelijke informatie voor een geïnformeerde beslissing
Borstkankerscreening is een persoonlijke keuze. Het KCE pleit er dan ook voor om vrouwen met een beslishulp evenwichtig en duidelijk te informeren over de wetenschappelijk onderbouwde voor- en nadelen van borstkankerscreening en de onzekerheden over deze informatie. Op die manier kunnen ze een geïnformeerde beslissing nemen die aansluit bij hun persoonlijke waarden en voorkeuren.
Ter ondersteuning van de vrouwen, artsen en beleidsmakers maakte het KCE een grafische voorstelling van de voor-en nadelen van borstkankerscreening (zie figuur).