- Voorontwerp van wet tot wijziging van de wet van 16 december 2022 tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers
De Kunstwerkcommissie heeft conform de wet van 16 december 2022 als taak om de kunstwerkers, wanneer zij houder zijn van een kunstwerkattest, proactief te informeren over hun rechten en plichten inzake sociale zekerheid.
Het contacteren van deze kunstwerkers via de door de Kunstwerkcommissie ingewonnen gegevens vormt een verwerking van persoonsgegevens in de zin van artikelen 4.1 en 4.2 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Dit geldt eveneens voor het gebruik van deze gegevens door de Kunstwerkcommissie om informatie te verzamelen, bijvoorbeeld via een enquête, voor de evaluatie van haar werking en haar reglementair kader.
In de huidige wetgeving mag de Kunstwerkcommissie deze persoonsgegevens enkel gebruiken om de aanvragen van een kunstwerkattest te behandelen. Het voorontwerp van wet wijzigt daarom artikel 4, §4 van de Kunstwerkcommissiewet om deze verwerking van gegevens te regelen en in overeenstemming te brengen met de AVG.
- Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 maart 2023 betreffende de werking van de Kunstwerkcommissie, de criteria en de procedure voor de erkenning van de kunstenfederaties en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers. (Plaatsvervangers Kunstwerkcommissie)
Het ontwerp van koninklijk besluit wijzigt het koninklijk besluit van 13 maart 2023 met als doel de samenstelling van de Kunstwerkcommissie veranderen. Specifiek wordt het aantal plaatsvervangers per effectief lid verhoogd van één naar twee.
- Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 maart 2023 betreffende de werking van de Kunstwerkcommissie, de criteria en de procedure voor de erkenning van de kunstenfederaties en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers. (Drempels kunstwerkattest “plus”)
Het ontwerp van koninklijk besluit van 13 maart 2023 bepaalt in artikel 12, §8 de voorwaarden om een kunstwerkattest “plus” te verkrijgen. Het beschikken over een kunstwerkattest “plus” is, naast onder meer het aantonen van voldoende arbeidsdagen in een referteperiode, een noodzakelijke voorwaarde om recht te hebben op een kunstwerkuitkering. Om dit kunstwerkattest “plus” te verkrijgen moet men enerzijds het bewijs leveren van een professionele praktijk in de kunsten en anderzijds moet men beroepsinkomsten aantonen die in een bepaalde periode bepaalde drempels overschrijden. Deze drempelbedragen verschillen naargelang het gaat om de aanvraag voor een eerste attest, dan wel om een volgend attest.
De huidige formulering van artikel 12, §8 zorgt echter voor interpretatieproblemen. De gewijzigde bepaling stelt nu uitdrukkelijk dat de lagere drempels enkel gelden voor de aanvrager aan wie reeds een kunstwerkattest “plus” werd toegekend en dus heeft aangetoond aan de hogere drempels te voldoen.
Het voorontwerp van wet wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Het eerste ontwerp van koninklijk besluit wordt ter advies voorgelegd aan het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut van de Zelfstandigen, het Beheerscomité van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening, de Nationale Arbeidsraad en de Raad van State.
Het tweede ontwerp van koninklijk besluit wordt ter advies voorgelegd aan de Nationale Arbeidsraad en de Raad van State.