Relanceplan: herstel het vertrouwen
De economische omgeving is een onzekere omgeving. De gebeurtenissen van de laatste weken vormen daar de beste illustratie van. Bedrijven en regeringen moeten rekening houden met vaak wispelturige of scherpe conjunctuurschommelingen. Maar het uiteenspatten van de Amerikaanse vastgoedzeepbel heeft de balans veel grondiger uit evenwicht gebracht. De wereldwijde financiële en bancaire crisis die daarop volgde, werd meteen ook een algemene vertrouwencrisis. De economische activiteit werd door een haast niet te stoppen dominosysteem ondermijnd. De veranderingen volgen elkaar in sneltreinvaart op.
De economische omgeving is een onzekere omgeving. De gebeurtenissen van de laatste weken vormen daar de beste illustratie van. Bedrijven en regeringen moeten rekening houden met vaak wispelturige of scherpe conjunctuurschommelingen. Maar het uiteenspatten van de Amerikaanse vastgoedzeepbel heeft de balans veel grondiger uit evenwicht gebracht. De wereldwijde financiële en bancaire crisis die daarop volgde, werd meteen ook een algemene vertrouwencrisis. De economische activiteit werd door een haast niet te stoppen dominosysteem ondermijnd. De veranderingen volgen elkaar in sneltreinvaart op.
Net in tijden van grote onzekerheid, kijken velen richting overheid. De aard en omvang van deze crisis vereisen dat alle regeringen en de sociale partners snel, in nauw overleg en kordaat reageren. Uitzonderlijke omstandigheden vergen uitzonderlijke antwoorden. Er bestaat geen draaiboek om deze crisis aan te pakken. Ieder land is verschillend, en de vergelijking met het verleden loopt vaak mank. De federale regering werkt de komende weken en maanden aan een herstel van het vertrouwen. We richten onze inspanningen op 4 assen:- Aanpakken van de financieel-bancaire crisis.
- Versterken van de duurzame sociaal economische hefbomen en investeringen in het leefmilieu
- Competitiviteit van de bedrijven, werkgelegenheid en een goed sociaal klimaat.
- De duurzame sanering overheidsfinanciën veilig stellen.
- De herkapitalisering om, indien nodig, de bank van voldoende eigen middelen te voorzien of de kapitaalstructuur te versterken. De federale regering investeerde voor ruim 19,9 miljard euro in de Belgische banken en verzekeraars.
- Een staatswaarborg voor interbancaire financiering indien gevraagd. Al één bank maakte van dit aanbod gebruik, andere weten zich gesterkt om op dit aanbod in te gaan.
- ntussen werd ook de bescherming van de spaarders gegarandeerd: de depositogarantie voor spaarders werd opgetrokken tot 100.000 euro.
- Om de gevolgen voor de kleine, trouwe aandeelhouder op te vangen besliste de Belgische overheid de eventuele meerwaarde van haar participatie in BNP-Paribas via een coupon in 2014 ter beschikking te stellen. Uiteraard na aftrek van haar eigen financieringskosten en een kleine risicovergoeding.
De regering blijft alert en geconcentreerd op de uitvoering van de genomen kortetermijnmaatregelen. Evaluatie is voor later, nu is actie geboden. Toch werden met het oog op de toekomst al een aantal belangrijke beslissingen genomen:
- Een beperking van de gouden handdruk.
- Beursgenoteerde bedrijven hebben voortaan een remuneratiecomité (dat lonen en vergoedingen bespreekt en vastlegt).
- Deze week komt Het Hoog Comité voor een nieuwe Financiële Architectuur samen. Er moeten lessen getrokken worden om te voorkomen dat het bankdrama zich herhaalt. De regering verwacht snel advies van topspecialisten o.l.v. baron Alexandre Lamfalussy, een Belg met zeer grote autoriteit op Europees en wereldvlak.
- De oprichting van één Europese financiële toezichthouder, die de grote banken zou controleren en gedecentraliseerd zou werken. Dit idee vindt meer en meer ingang in de EU. België is pionier in deze belangrijke stap van Europese integratie.
- De idee van een Europees noodfonds dat, wanneer nodig, kan worden ingezet om niet-vlottende activa op te kopen, banken te herkapitaliseren en interbancaire leningen te waarborgen.
- Een aanpak van de fiscale paradijzen die mee de ontwikkeling van complexe financiële producten hebben in de hand gewerkt en die aldus hebben bijgedragen tot de financiële instabiliteit .
A.2. Tevens zal een kredietbemiddelaar aangesteld worden bij het KefiK. A.3. Het Participatiefonds zal haar productengamma met een nieuw product “ genaamd INITIO” uitbreiden, waarbij een verhoogde toegankelijkheid tav het product voor KMO’s en zelfstandigen en kredietgever voorop staan. De huidige aanvraagprocedure wordt omgekeerd en dankzij het voorafgaand akkoord van het Participatiefonds voor een achtergestelde lening zal het onderzoek van de bankinstelling aanzienlijk vereenvoudigd worden; Het Participatiefonds zal zijn capaciteit tot kredietverlening optrekken met 300 . euro via een nieuwe obligatielening die fiscaal gedeeltelijk aftrekbaar zal zijn. Om te komen tot een gecoördineerd inzetten van de instrumenten zal een speciaal kredietcomité worden opgezet met daarin regionale vertegenwoordigers. A.4. De Regering zal met de Europese Investeringsbank overleggen om één miljard euro meer investeringskredieten te verkrijgen. Financiële ademruimte creëren A.5. Om financiële ademruimte te creëren voor de bedrijven en ondernemers, zal de regering gerichte maatregelen nemen om mogelijke liquiditeitsproblemen ten gevolge van de crisis zoveel mogelijk te vermijden. Dit pakket maatregelen heeft in 2009 een kostprijs van 443,5 miljoen euro. In concreto gaat het hierom: a. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid zal ondernemingen die betalingsproblemen hebben, in de eerste drie kwartalen van 2009 met welwillendheid en klantgerichtheid tegemoet komen, door het bekomen van een betalingsplan te vergemakkelijken, bij aantoonbare liquiditeitsproblemen bijdrageopslagen te laten vallen en in uitzonderlijke gevallen ook de verwijlintresten te verminderen. b. In het stelsel van de zelfstandigen zal op voorstel van de Rijksdienst voor Sociale Verzekeringen voor Zelfstandigen eveneens de opmaak van betalingsplannen en in uitzonderlijke gevallen ook de kwijtschelding van boetes en verwijlintresten worden onderzocht, zodat deze tijdens de eerste drie kwartalen van 2009 kan worden toegepast. c. Bedrijven in financiële moeilijkheden zullen ook voor die eerste drie kwartalen van 2009 uitstel van betaling btw en bedrijfsvoorheffing kunnen bekomen zonder dat daarbij boetes worden toegepast. De nalatigheidsinteresten zullen in dit geval ook sterk worden gereduceerd. d. De regering breidt het beperkte regime van de maandelijkse terugbetaling van btw-tegoeden uit naar sectoren die door de aard van hun werkzaamheden maandelijkse btw-tegoeden opbouwen. Zij wil het stelsel ook ten gronde versoepelen zodat de bedrijven minder lang op hun terugbetaling moeten wachten. Lagere lasten voor de bedrijven A.6. De regering zal de afspraken gemaakt in het interprofessioneel akkoord met betrekking tot de lastenverlagingen voor nacht- en ploegenarbeid honoreren. Het vrijstellingspercentage inzake bedrijfsvoorheffing dat nu 10,7 % bedraagt, zal worden opgetrokken tot 15,6% in 2010. De vrijstellingsregel voor de overuren wordt over dezelfde termijn verdubbeld. De totale kostprijs van deze lastenverlagingen zal in 2010 oplopen tot 428 . A.7. Er komt ook een algemene lastenverlaging om de opgelopen loonhandicap goed te maken. De bestaande vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing van 0,25% wordt opgetrokken tot 0,75% in 2009 en tot 1% in 2010. Deze maatregel kost 233 in 2009 en 590 in 2010. A.8. De federale regering zal, bovenop deze lastenverlagingen, de bedrijven en instellingen die onderzoekers tewerkstellen de kans geven een groter deel van de bedrijfsvoorheffing te houden. De regering voorziet hier een bedrag van 38 miljoen euro voor. A.9. Voor wat het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid betreft werd recent een totaalpakket aan maatregelen uitgewerkt die tezamen een lastenvermindering voor de operatoren van ongeveer 30 . euro betekent. Naast een verhoging van de publieke financiering van het Agentschap betreft dit een pakket aan concrete kostenbesparende maatregelen voor de verschillende sectoren. A.10. De regering zal ook de taks op de kredietverzekeringscontracten die commerciële en/of landenrisico’s dekken, afschaffen. Ze trekt daarvoor jaarlijks 15 uit. A.11. Op vraag van de gewesten onderzoekt de federale administratie Financiën de haalbaarheid van de invoering van de zogenaamde “Carry back”: een aanpassing aan de belastingswetgeving waarbij het voor bedrijven mogelijk wordt om verliezen met winsten te verrekenen, en dit ofwel naar de toekomst ofwel naar het verleden.
De bestaande maatregel: “vrijstelling gewestelijke investeringssubsidies” heeft nood aan verduidelijking. Er bestaat twijfel in hoofde van de gewestelijke administraties en de betrokken bedrijven welke gewestelijke subsidies vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting en welke niet. Door de federale administratie financiën zal dienaangaande de nodige duidelijkheid worden verstrekt. Ook wordt de vraag naar uitbreiding van de lijst door de bevoegde federale diensten verder onderzocht. De regering zal verder onderzoeken in welke mate deze maatregelen ook kunnen worden toegepast op publieke ondernemingen die in concurrentie staan met de privé-sector. B. Werkgelegenheid verzekeren en koopkracht versterken We willen - gisteren, vandaag en morgen – de mensen beschermen tegen de crisis en hun welvaart veilig stellen. In de eerste plaats zetten we in op werkgelegenheid. Voor iedereen die uit de boot valt, versterken we het sociaal vangnet. En we bieden hen perspectief op een snelle heraansluiting op de arbeidsmarkt. Opvangen van herstructureringen en tijdelijke werkloosheid B.1. Een aantal tijdelijke maatregelen versterken in 2009 de koopkracht van de werknemers die in tijdelijke werkloosheid terechtkomen. De vergoedingspercentages voor de uitkering in geval van tijdelijke werkloosheid worden opgetrokken van 60% naar 70% voor samenwonenden en van 65% naar 75% voor alleenstaanden en gezinshoofden. Het berekeningsplafond zal bovendien met 300 euro worden opgetrokken. Voortaan zullen ook de interim-arbeiders die werken in een bedrijf waar tijdelijke werkloosheid geldt, aanspraak kunnen maken op een uitkering wegens tijdelijke werkloosheid, net als tijdelijke werknemers. Tenslotte wordt voor de gehuwde tijdelijke werklozen de bestaande fiscale discriminatie opgeheven. De kostprijs van deze maatregelen bedraagt 100 miljoen euro. B.2. In die context is het extra belangrijk dat de werknemers die het slachtoffer van een herstructurering worden, snel een nieuwe job vinden. De federale regering zet in samenwerking met de gewesten een informatieportaal op dat als één loket dient voor ondernemingen in herstructurering en zal haar eigen diensten samenbrengen in een federale herstructureringsdienst. Voortaan zullen alle bedrijven die een collectief ontslag plannen, dit moeten melden, zodat de bevoegde diensten snel een begeleiding kunnen starten. In samenwerking met de gewesten zullen de betrokken werknemers allen in een herstructureringscel ingeschreven moeten worden en een outplacementaanbod moeten krijgen, zij het dat dit voor -45-jarigen korter en minder intensief kan. Wat bestaat, ook op het vlak van RSZ-verminderingen, wordt dus uitgebreid naar -45-jarigen, tijdelijke werknemers en interimkrachten. Voor succesvol outplacement wordt in de toekomst een hogere terugbetaling voorzien. De federale regering bepleit samen met de gewesten en de sociale partners dat specifieke opleidingen worden voorzien voor werknemers in opzeg of in tijdelijke werkloosheid. Een faire prijs voor de consument door het verzekeren van concurrentie B.3. Door de federale regering werd een prijzenobservatorium in het leven geroepen die de verschillende schakels in het proces van prijsvorming onder de loep neemt. In de trimesteriële analyses door dit prijzenobservatorium zal ingezoomd te worden op een intussen geselecteerde lijst van “gevoelige producten”, producten welke meer dan gemiddeld in prijs gestegen zijn. Deze lijst zal ook permanent geactualiseerd worden. B.4. Voor wat de mededingingsautoriteit betreft, werden volgende sectoren als prioritair voor onderzoek naar voren geschoven: Energie, voeding (i.f.v. resultaten prijzenobservatorium), distributie, telecom. B.5. Om erover te waken dat de onderzoeksresultaten van zowel het prijsobservatorium als de mededingautoriteit als input kunnen dienen naar het beleid toe, wordt een betere communicatie t.a.v. gewesten gevoerd omtrent de te onderzoeken sectoren en wordt een wederkerige infodoorstroming afgesproken tijdens de duur van onderzoek. Een lagere energiefactuur voor gezinnen B.6. De federale regering heeft samen met de Gewesten en experten van de Nationale Bank, de energieregulator CREG, het Federaal Planbureau en de FOD Economie een technische screening van de energieprijzen (evolutie, componenten, perspectieven) doorgevoerd. De regeringen vragen de leveranciers om deze doorrekening ook effectief te voorzien. De regulator CREG zal dit samen met de Nationale Bank, het Federaal Planbureau en de FOD Economie verder monitoren. B.7. De regering wil de energiekosten voor gezinnen draaglijk houden. Daartoe zal zij in 2009 een eenmalige korting van 30 euro op de elektriciteitsfactuur uitwerken. Dit bedrag stemt overeenstemt met 4% van de gemiddelde kost voor gezinnen. Ceteris paribus betekent dit samen me de aangekondigde prijsdaling van de leveranciers dat de gemiddelde elektriciteitsfactuur voor gezinnen zou dalen met 10%. De regering trekt hier 135 miljoen euro voor uit. Koopkracht versterken van werkenden en niet-actieven B.8. In het voorliggende IPA-voorstel kunnen de sectoren bovenop de indexering overeenkomen om in 2009 maximaal 125 euro en in 2010 maximaal 250 euro per werknemer aan extra voordelen toe te kennen. Dit kan gaan om fiscaal vriendelijke maaltijdcheques, een verhoging van de sectorale minimumlonen, een groene cheque, mobiliteitsvergoedingen, de verhoging van de tussenkomst van de werkgever in het openbaar vervoer, of andere. B.9. Binnen de welvaartsenveloppen ten belope van 234,2 miljoen in 2009 en 541,4 miljoen euro in 2010 werden de sociale zekerheids- en bijstandsuitkeringen verhoogd. B.10. Bovenop deze welvaartsenveloppen, besliste de Regering binnen de begroting 2009 tot een verhoging van de jobkorting (85 miljoen), een verhoging van de pensioenen van werknemers en zelfstandigen (201,3 miljoen euro in 2010), een verdere uitbreiding van de kortingen op mazout, gas en elektriciteit (31,4 miljoen euro) en een verhoging van gezins- en leeftijdstoeslagen (17,6 miljoen euro). Alle reeds genomen maatregelen binnen de sector van de sociale zekerheid betekenen in 2009 ongeveer 540 miljoen euro en in 2010 op kruissnelheid ongeveer 900 miljoen euro aan rechtstreekse koopkrachtinjectie. B.11. De indexering van de belastingschalen wordt direct doorgerekend in de bedrijfsvoorheffing. Dit zorgt in 2009 voor een injectie van 1,2 miljard euro bij de belastingbetaler. C. Investeren in groei en duurzaamheid Zeker in tijden van crisis moeten we investeren om het vertrouwen in de economie te verzekeren. Bovendien willen we investeren op een manier die bijdraagt tot duurzaamheid. De voorbije maanden is gebleken hoe kwetsbaar een sterke energie-afhankelijkheid ons kan maken. Daarom zal de regering de gezinnen aanmoedigen om hun uitgaven voor energie structureel te verminderen, met een positief effect op het klimaat. Tegelijk wil ze hiermee de werkgelegenheid in de “groene economie” een boost geven. En we ondersteunen ondernemingen die actief zijn of willen worden op buitenlandse markten. Inzetten op duurzame ontwikkeling C.1. Een bedrag van 18,8 miljoen euro zal worden uitgetrokken voor een systeem van groene investeringen in 2009. Dit loopt op tot 232 miljoen euro op kruissnelheid. C.2. De middelen van het Fonds voor de Reductie van de Globale Energiekost worden verhoogd met 200 miljoen door het beroep op een obligatielening met fiscaal voordeel. Dit fonds kent leningen toe voor energiebesparende investeringen. De vertegenwoordiging van de gewesten in de Raad van Bestuur wordt versterkt; zij zullen zich eveneens garant kunnen stellen voor de leningen. C.3. De overheid zelf zal de energiebesparende investeringen in haar overheidsgebouwen aanzienlijk uitbreiden en hiertoe de schuldpositie van FEDESCO optrekken tot 100 miljoen euro. C.4. De regering zal samen met de deelentiteiten, de sociale partners en de bouwsector een “alliantie leefmilieu-werk” opzetten. Via dit gezamenlijk platform zullen de maatregelen worden uitgedacht die verder kunnen worden ingezet om de investeringen in de’ groene economie’ blijvend aan te wakkeren. C.5. Binnen de federale overheid worden een aantal investeringsprogramma’s versneld uitgevoerd. Het betreft in hoofdzaak investeringen binnen Beliris (Metro Kunst/Wet, heraanleg Leopold III-laan en stadion Schaarbeek), binnen de NMBS-groep (stationsverfraaiingen en bestellingen rollend materieel) en binnen de Regie der Gebouwen de versnelde uitvoering van het gevangenisplan en de Europese School van Laken. Het gaat om een totaalpakket van ongeveer 500 miljoen euro. C.6. De federale investeerders zullen een lijst opmaken van de geplande en begrote investeringsprojecten waarvan de uitvoering versneld kan worden via een gezamenlijke actie met de Gewesten. Deze lijst zal worden overgemaakt aan de Gewesten die daartoe een Single Point of Contact (SPOC) aanstellen om de contacten tussen de verschillende betrokken administraties te faciliteren. Per Gewest volgt nog voor het jaareinde een overleg over de betrokken projecten. De minister van Financiën zal coördineren en de informatie centraliseren. De bouwsector in een open economie is een sector die zeer gevoelig is voor schommelingen die voelbaar zijn op de arbeidsmarkt. De regering voorziet daarom voor 2009 een totaal pakket van 300 miljoen euro aan concrete maatregelen: C.7. Een btw-verlaging van 21% naar 6% voor nieuwbouw gezinswoningen met sociaal karakter; dit houdt in dat de verlaging wordt toegepast op een beperkte schijf van facturen. C.8. De veralgemening tot het volledige grondgebied van de maatregel waarbij de btw wordt verlaagd naar 6% bij vernieuwbouw na sloopwerken. C.9. Een verlaging van de btw van 12% naar 6% voor de publieke sociale woningbouw C.10. Een verruiming van de mogelijke energiebesparende investeringen (bijv. isolatie van muren en vloeren) die recht geven op een belastingvoordeel volgens te bepalen modaliteiten (korting op factuur, spreiding fiscale aftrek over meerdere aangiften, …). Onze economie heeft een open en flexibel karakter en is onlosmakelijk gekoppeld aan de wereldeconomie. De concurrentie voor onze grote en kleine ondernemingen komt niet langer enkel van onze buurlanden, maar ook van elders in de EU en vanuit de hele wereld. Om onze bedrijven beter te ondersteunen in het buitenland wil de federale regering investeren in een optimale federale en gewestelijke samenwerking. C.11. De federale regering schuift de economische diplomatie naar voor als een kerntaak van haar overheidsdienst Buitenlandse Zaken en richt een Business Council op, een hoog adviesorgaan bestaande uit Belgische CEO’s van Belgische en buitenlandse bedrijven, in samenwerking met de Gewesten. C.12. De federale overheid zal haar financieringsinstrumenten met betrekking tot de export, import en investeringsrisico’s (Finexpo en Delcredere) slagkrachtiger en toegankelijker maken. Op budgettair vlak betekent dit dat Delcredere 400 miljoen euro van zijn reserves (ter waarde van 600 miljoen euro) zal mobiliseren. C.13. De federale en regionale overheden zullen een gemeenschappelijke informatiecampagne voeren. Competitiviteit van de bedrijven en een goed sociaal klimaat Het door de sociale partners bereikte akkoord wordt door de regering correct uitgevoerd, rekening houdend met de budgettaire uitgangspunten. Zij komen bovenop de maatregelen in het relanceplan en de verdeling van de welvaartsenveloppe. De regering verheugt er zich over dat de sociale partners beslist hebben om de bestaande sectorale indexeringsmechanismen te behouden. Dit blijft een belangrijke bescherming tegen koopkrachtverlies door inflatie. Bovenop de indexering kunnen de sectoren overeenkomen om in 2009 maximaal 125 euro en in 2010 maximaal 250 euro per werknemer aan extra voordelen toe te kennen. Dit kan gaan om fiscaal vriendelijke maaltijdcheques, een verhoging van de sectorale minimumlonen, een groene cheque, de verhoging van de tussenkomst van de werkgever in het openbaar vervoer, of andere. Belangrijk is dat naast de indexering, de baremieke verhogingen en deze maximale verhoging van 125 en later 250 euro, geen enkele loonsverhoging wordt overeengekomen. Deze vorm van loonmatiging draagt ertoe bij om de loonhandicap ten opzichte van het buitenland te verminderen en de werkgelegenheid te beschermen. Om deze loonhandicap nog verder te reduceren, zal de regering op vraag van de sociale partners overgaan tot een aantal lastenverlagingen. Zo zal de fiscale korting op ploegen- en nachtarbeid worden verhoogd van 10,7 tot 15,6%, volgens de voorwaarden bepaald door de sociale partners, en wordt de fiscale korting voor overuren van toepassing op 130 overuren, ipv 65 nu. Tenslotte zal er ook een aanpassing gebeuren van de maatregel die de sociale lasten herverdeelt van kleinere naar grotere ondernemingen. Deze maatregelen kosten 183 miljoen euro in 2009 en 428 miljoen in 2010. Om de bijdrageverminderingen voor werkgevers meer efficiënt en eenvoudiger te maken, zal de regering het voorstel van de sociale partners terzake volledig uitvoeren. Dit betekent onder meer dat een aantal doelgroepen verdwijnen, zodat de vrijgekomen middelen kunnen worden ingezet op de structurele lastenverlaging, met bijzondere aandacht voor de lage lonen. De federale regering bevestigt dat zij op federaal vlak geen nieuwe doelgroepenverminderingen meer zal invoeren, zoals unaniem gevraagd door de sociale partners. Om de loonhandicap nog verder terug te dringen, is de regering bereid om de vraag van de sociale partners naar een uitbreiding van de algemene gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing, uit te voeren. De bestaande korting wordt op 1 juni 2009 verhoogd van 0,25% tot 0,75%. Op 1 januari 2010 volgt een verdere verhoging tot 1%.