27 mrt 2009 13:00

Verdragen Europese samenwerking

Instelling van de Europese Conferentie voor moleculaire biologie - Oprichting van het Europees laboratorium voor moleculaire biologie

Instelling van de Europese Conferentie voor moleculaire biologie - Oprichting van het Europees laboratorium voor moleculaire biologie

De ministerraad heeft een voorontwerp van wet goedgekeurd houdende instemming met het Verdrag tot instelling van de Europese Conferentie voor moleculaire biologie (EMBC) en met het Verdrag tot oprichting van het Europees laboratorium voor moleculaire biologie (EMBL).

Door de instemming kan België volwaardig lid worden van de EMBC en de EMBL. Zo krijgen Belgische onderzoekers de kans om integraal mee te werken aan de opbouw van een concurrerend wetenschappelijk Europa waar de kennis op het vlak van fundamenteel onderzoek en grote O&O-projecten op het vlak van moleculaire biologie zich optimaal kunnen ontwikkelen.

Europese Conferentie voor moleculaire biologie

Op dit ogenblik bestaat het EMBC uit vierentwintig leden, waaronder Israël en Turkije. België is sinds 1970 via het  Nationaal Fond voor wetenschappelijk onderzoek (nu het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek en het Fonds National de la Recherche Scientifique) als waarnemer in de EMBC vertegenwoordigd.

De EMBC stelt de financiële middelen ter beschikking van de European Molecular Biology Organization (EMBO - zie verder) die nodig zijn om haar algemeen programma uit te voeren. Het laboratorium: 

  • kent kortlopende en langlopende beurzen toe in het kader van uitwisselingen van onderzoekers tussen laboratoria voor moleculaire biologie
  • organiseert bijscholingscursussen, workshops en seminaries op verschillende gespecialiseerde gebieden waar de technieken van de moleculaire biologie worden toegepast.

Europees laboratorium voor moleculaire biologie

Als centrum voor excellence onderzoek biedt het EMBL de wetenschappelijke gemeenschap een unieke samenwerkingsstructuur. Het EMBL is bijzonder geschikt om geavanceerde instrumentatie te ontwikkelen, die nieuwe technologieën over te brengen, jonge moleculaire en cellulaire biologen op te leiden en de grootste Europese databank inzake moleculaire biologie en biotechnologie te beheren. 

Het EMBL bestaat vandaag uit vijftien lidstaten: Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Israël, Italië, Nederland, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland. Griekenland en Finland werden in 1984 lid, Noorwegen in 1985, Spanje in 1986 en België in 1990. Het verdrag tot oprichting van het EMBL werd in 1973 in Genève gesloten en op 16 november 1994 tot 2004 verlengd.

Het EMBL waarvan de zetel gevestigd is in Heidelberg (Duitsland), beschikt over drie buitenlandse vestigingen: bij het Deutsches Elektronen-Synchrotron (DESY), bij het Institut von Laue-Langevin (ILL) en het Europees Laboratorim voor synchrotronstraling (ESRF) in Grenoble en bij het European Bioinformatics Institute (EBI) in Hinxton. 

European Molecular Biology Organization

Om zijn achterstand ten opzichte van de Verenigde Staten in moleculaire biologie op het vlak van opleiding en fundamenteel onderzoek in te halen,  richtte Europa in 1963 de European Molecular Biology Organization (EMBO) op naar het voorbeeld van de Organisation européenne pour la recherche nucléaire (CERN).

Het oorspronkelijke programma van de EMBO was om: 

  • steun te verzamelen voor het oprichten van een Europees laboratorium voor moleculaire biologie en het verder uit te bouwen
  • en aanverwante activiteiten aan te moedigen, zoals beurzen voor onderzoekers, colloquia en programma's van bezoekende wetenschappers.

Om dat programma uit te voeren waren financiële middelen nodig. Die konden gevonden worden dankzij de oprichting van twee intergouvernementele organisaties, de EMBC en het EMBL. Hun financiering wordt voor meer dan 70% gedragen door de bijdragen van de lidstaten. Die verplichting valt onder het internationale recht. De verdeelsleutel van de jaarlijkse bijdragen wordt om de drie jaar vastgelegd op basis van het gemiddeld netto nationaal inkomen van de voorbije drie jaar. 


(*) ) gesloten te Genève op 13 februari 1969,
(**) gedaan te Genève op 10 mei 1973.