Het regeerakkoord bepaalt dat periodes van werk meer moeten doorwegen bij de pensioenberekening dan periodes van inactiviteit. De aanpassing van het begrippenkader van de gelijkgestelde periodes is noodzakelijk om dat mogelijk te maken. Met name de werkloosheid van de derde periode, het gemotiveerd tijdskrediet, de thematische verloven en het halftijds of 1/5 tijdskrediet worden in het ontwerpbesluit gedefinieerd.