Het voorontwerp beoogt de maatregel van het ‘bijzondere’ minnelijk afbetalingsplan voor werkgevers die te kampen hebben met de sociaaleconomische gevolgen van het coronavirus uit te breiden tot het eerste en tweede kwartaal van 2021. In tegenstelling tot de ‘klassieke’ termijnbetalingsregelingen, omvatten deze ‘bijzondere’ termijnbetalingsregelingen in principe geen heffing van verhogingen van de bijdragen, forfaitaire vergoedingen en/of achterstalligheidsrentes. Dit voorstel heeft ook tot doel de niet-toepassing van de forfaitaire compensatie bij niet-naleving van de verplichtingen inzake voorschotten uit te breiden voor voorschotten betreffende het eerste en tweede kwartaal van 2021.
Het voorontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.