Bijdrage van de vergunninghouders in de kosten van de Kansspelcommissie voor 2026
De ministerraad keurt op voorstel van minister van Justitie Annelies Verlinden een voorontwerp van wet goed tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 11 maart 2026 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de vergunninghouders voor het burgerlijk jaar 2026.
Het koninklijk besluit van 11 maart 2026 legt het bedrag van de retributies vast verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+ en F2 voor het burgerlijk jaar 2026. Dit koninklijk besluit voorziet in een verhoging van de bijdragen met 15% om bijkomende inkomsten te genereren waarmee de Kansspelcommissie haar personeels- en werkingskosten voor 2026 kan dekken.
Overeenkomstig artikel 19, § 1, zesde lid, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, gewijzigd bij de wet van 10 januari 2010, wordt een voorontwerp van wet voorgelegd dat gericht is op de bekrachtiging van het koninklijk besluit.
Het voorontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.