08 apr 2014 14:37

Diversiteit maakt toleranter

Brussel, 8 april 2014 – Hoe tolerant zijn we? Zijn de Brusselaars seksistischer dan de niet-Brusselaars? En zijn mensen die homofoob zijn, ook seksistisch? De studie Beyond The Box van de Universiteit Antwerpen en l’Observatoire du sida et des sexualités, waarvan vandaag de resultaten werden voorgesteld, geeft een antwoord op deze en nog veel meer vragen.

De studie werd zes maanden geleden besteld door Brussels staatssecretaris voor Gelijke Kansen Bruno De Lille in samenwerking met het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen en het Interfederaal Gelijkekansencentrum.


Omdat we seksistisch en homofoob gedrag in Brussel doelgericht willen aanpakken, is het nodig een betere kijk te krijgen op de oorzaken van dit gedrag. Daarom bestelden we deze studie die de achterliggende mechanismen achter onverdraagzaamheid nationaal in kaart brengt,” zegt Bruno De Lille. “Verdraagzaamheid is ook anno 2014 nog niet vanzelfsprekend en er bestaat vaak een hemelsbreed verschil tussen wat mensen denken en wat ze doen.”


De onderzoekers verwerkten 5624 vragenlijsten uit het hele land zodat het mogelijk werd internationale data en trends ook aan Belgische cijfers te toetsen.
Een opvallende conclusie is dat mensen met een diverse vrienden- of kennissenkring zich toleranter gedragen. Is er meer diversiteit in je eigen familie-, vrienden- of kennissenkring, dan is de kans veel kleiner dat er geweld of discriminatie optreedt.


Brussel is de meest diverse stad van ons land en dus de ideale omgeving om jongeren tot tolerante burgers op te voeden. Helaas betekent leven in een hyperdiverse stad niet automatisch dat je daarom ook een hyperdiverse vriendenkring hebt. Daarom is inzetten op onderwijs, ontmoeting en dialoog van zeer groot belang ”  beweert staatssecretaris Bruno De Lille.


Bovendien is er een duidelijke samenhang tussen seksisme, homofobie en transfobie. De genderidentiteit (= in welke mate iemand zich man of vrouw voelt) en de genderrol (= in hoeverre iemand zich als een stereotiepe man of vrouw gedraagt) hebben een duidelijk effect op het gedrag van de respondenten al valt het op dat dit veel uitgesprokener is bij de mannelijke deelnemers aan de test dan bij de vrouwelijke.


43,7% van de mannelijke respondenten vindt bijvoorbeeld dat sommige mensen niet evenwaardig zijn aan anderen, terwijl “slechts” 28,1% van de vrouwen dat vindt. 20% van de mannen die deelnamen aan het onderzoek, gaf te kennen zich ongemakkelijk te voelen in de nabijheid van vrouwelijke mannen, tegenover 5,5% van de vrouwen. Maar ook bij mannelijke vrouwen voelen 15,3% van de mannen zich niet op hun gemak, tegenover 6,8% van de vrouwen.


Het onderzoek toonde ook aan dat wat mensen over zichzelf denken, niet altijd doorgetrokken wordt in hun gedrag. Zo noemt het leeuwendeel van de ondervraagde jongeren zichzelf tolerant maar bleek hun bereidheid om tot verbaal en zelfs fysiek geweld over te gaan als ze geconfronteerd werden met mensen die “anders” zijn, verrassend groot.


Alles in aanmerking genomen toont deze studie aan dat we allemaal nog sterke onbewuste vooroordelen hebben, die onze beslissingen, onze acties en ons gedrag kunnen beïnvloeden en die zo  kunnen leiden tot seksisme, homofobie en transfobie. Maar in een democratische en egalitaire samenleving als de onze zijn we verantwoordelijk om deze vooroordelen op te sporen, er bewust van te zijn, ze te relativeren en tot meer rechtvaardige acties en gedragingen te komen tegenover anderen, ongeacht de genderverschillen”, verklaart Michel Pasteel, directeur van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.


Het onderzoek peilde naar de oorzaken en onderliggende mechanismen van seksisme, homo- en transfobie, en peilde dus niet naar regionale verschillen ten opzichte van die verschillende vormen van onverdraagzaamheid. De plek waar je geboren bent, speelt een geringe factor in de manier waarop je omgaat met verscheidenheid.


Deze studie toont nog maar eens aan dat intolerantie eerder door clichés en angsten dan door persoonlijke ervaringen gevoed wordt”, vindt Patrick Charlier, adjunct-directeur van het Interfederaal Gelijkekansencentrum.


Intolerantie daalt door de ontmoeting met mensen die van ons verschillen. In 2009 leverde een enquête door het Gelijkekansencentrum dezelfde conclusies op omtrent racisme. De confrontatie met verschil is dus, en liefst op zeer jonge leeftijd, de beste remedie tegen verwerping. In dat opzicht blijven opvoeding en de sociale mix op school centrale thema’s. Maar parallel houdt de nog grotere vraag aan over de manier waarop onze maatschappij een inclusieve maatschappij kan worden”, aldus Jozef De Witte, directeur van het Interfederaal Gelijkekansencentrum.

 

Perscontact
Communicatie Staatssecretaris Bruno De Lille
Sophie Boucquey
sboucquey@delille.irisnet.be
0494 03 18 41

 

Communicatieverantwoordelijke Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen
Elodie Debrumetz
elodie.debrumetz@iefh.belgique.be
0497 23 67 67

 

Woordvoerder Interfederaal Gelijkekansencentrum
Davy Coolen
davy.coolen@cntr.be
0477 56 42 27