Er zijn nog verschillende bepalingen die betrekking hebben op het goede beheer van de COVID-19-epidemie, en die in wetgevende samenwerkingsakkoorden zijn vastgelegd. Deze bepalingen, met inbegrip van het uitreiken van COVID-19-certificaten, zijn niet langer noodzakelijk: het afleveren van de certificaten moet gefinancierd worden, en er was in de verschillende parlementen afgesproken dat de bepalingen beperkt in de tijd waren.
Daarenboven hebben deze bepalingen een grote impact op de privacy en zijn ze niet nodig voor een standaard epidemiologische opvolging. Het ontwerp van koninklijk besluit beëindigt bijgevolg de uitwerking van bepaalde bepalingen in de wetgevende samenwerkingsakkoorden COVID-19 door het einde van de toestand van de COVID-19-epidemie af te kondigen.
Ook voor het wetgevende samenwerkingsakkoord van 8 februari 2024 dat de uitreiking van de COVID-19-certificaten specifiek regelt, moet er een uitvoerend samenwerkingsakkoord worden afgesloten om de maatregelen te beëindigen.
Het ontwerp van koninklijk besluit wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State. Het uitvoerend samenwerkingsakkoord wordt voorgelegd aan het Overlegcomité.