GAS-boetes: het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens roept op tot hervorming die de mensenrechten respecteert
Het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (FIRM) publiceert vandaag een advies over de gemeentelijke administratieve sancties (GAS). Met het oog op de aangekondigde evaluatie van de GAS-wet, roept het FIRM op tot een hervorming van de wet, zodat GAS-boetes de uitoefening van mensenrechten niet belemmeren.
Gemeenten kunnen GAS-boetes opleggen om overlast en problematisch gedrag (parkeren, sluikstorten, nachtlawaai, beschadiging van gebouwen…) te bestraffen zonder tussenkomst van een rechter. In de loop der jaren is het toepassingsgebied uitgebreid. GAS-boetes kunnen nu ook situaties bestraffen die onder het strafrecht kunnen vallen (gemengde overtredingen) of die een directe invloed kunnen hebben op de uitoefening van de mensenrechten.
Schendingen van de mensenrechten
In zijn advies stelt het FIRM vast dat de gemeentelijke politiereglementen van bepaalde gemeenten de mensenrechten schenden, ofwel omdat ze op een vage of disproportionele manier worden geformuleerd, ofwel omdat ze bepalingen bevatten die duidelijk in strijd zijn met de Grondwet of het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat is bijvoorbeeld het geval voor GAS-boetes die straffen opleggen aan mensen die de politie filmen of GAS-boetes die bedelarij verbieden op het volledige grondgebied van de gemeente.
Martien Schotsmans, directeur van het FIRM: “Gemeentelijke administratieve sancties zouden beperkt moeten blijven tot overlast of problematisch gedrag gelinkt aan openbare veiligheid, gezondheid, netheid of rust in de gemeente. Ze zouden in geen enkel geval mogen leiden tot een schending van de mensenrechten.”
Het FIRM stelde vast dat de legitieme uitoefening van mensenrechten in bepaalde gemeenten bestraft kan worden. Denk maar aan GAS-boetes voor het uitdelen van flyers zonder voorafgaande toestemming, het uithangen van een vlag aan de eigen woning, deelname aan een niet-toegestane vreedzame betoging of bedelarij. Rechten zoals vrijheid van meningsuiting, het recht op protest of bedelarij mogen nochtans enkel beperkt worden in uitzonderlijke omstandigheden.
Voor het FIRM is het begrip van “overlast” in de GAS-wet even problematisch omdat het vaag en onnauwkeurig is. Het FIRM raadt aan de wet te wijzigen en een duidelijke en beperkte definitie aan te nemen van overlast. Die moet beperkt worden tot verstoringen van de openbare orde (openbare veiligheid, gezondheid, netheid of rust) en vermijden dat mensen bestraft worden die op een legitieme manier hun rechten uitoefenen.
Mensen in een situatie van kwetsbaarheid meer getroffen
Het advies van het FIRM verwijst ook naar een studie die de Université libre de Bruxelles (ULB) in 2025 voor Unia uitvoerde en die aantoont welke risico’s de GAS-wet en de toepassing ervan hebben op ongelijkheid en discriminatie. De studie toont aan dat jongeren, mensen met een laag inkomen, huurders, mensen die laagopgeleid zijn of een niet-Belgische nationaliteit hebben, oververtegenwoordigd zijn in de groep van mensen die GAS-boetes krijgen. In lijn met deze vaststellingen benadrukt het FIRM dat bepaalde inbreuken waarvoor een GAS-boete kan worden opgelegd, gedrag viseren dat gelinkt is aan situaties van kwetsbaarheid en gebrek aan reële alternatieven: bedelen, slapen in de publieke ruimte, alcohol in het openbaar gebruiken. Het FIRM raadt aan om deze uit de GAS-wet uit te sluiten of op zijn minst antwoorden te voorzien die beter zijn aangepast aan die situaties.
Het advies benadrukt ook dat GAS-boetes voor minderjarigen in strijd zijn met de kinderrechten aangezien ze kinderen blootstellen aan sancties en procedures die niet zijn aangepast aan hun leeftijd en situatie en die niet voldoende garanties bieden. Het FIRM herinnert aan de aanbeveling van het Kinderrechtencomité van de Verenigde Naties en roept op om minderjarigen uit te sluiten uit het toepassingsgebied van de wet.
GAS met meer respect voor mensenrechten
Martien Schotsmans: “GAS-boetes kunnen een nuttig instrument zijn voor de gemeenten, op voorwaarde dat ze enkel gebruikt worden op een proportionele manier en als het noodzakelijk is. Er moet ook rekening gehouden worden met de concrete situatie van de betrokken personen, in het bijzonder wanneer ze zich in een situatie van kwetsbaarheid bevinden.”
Het FIRM meent dat dialoog en bemiddeling de voorkeur moeten krijgen. Dit is vaak meer geschikt en efficiënter dan een sanctie. Het FIRM raadt ook aan om het preventie- en begeleidingsbeleid en de opleiding voor de sanctionerende ambtenaren te versterken om te garanderen dat GAS wordt ingezet met meer respect voor de mensenrechten. Het advies herinnert er ook aan dat GAS-boetes niet ingezet mogen worden om het gebrek aan middelen van justitie te compenseren.
Het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (FIRM) heeft dit advies bezorgd aan het federale parlement en de Minister van Binnenlandse Zaken. Hiermee wil het FIRM op een constructieve manier bijdragen aan het aangekondigde debat over de evaluatie van de GAS-wet en is het beschikbaar voor de autoriteiten om een hervorming te garanderen die de mensenrechten respecteert.