De rechtbanken van eerste aanleg en de politierechtbanken worden ingedeeld in twaalf arrondissementen. De arbeidsrechtbanken en rechtbanken van koophandel worden ingedeeld in vijf ressorten. De vredegerechten bijven georganiseerd in kantons. Voor het arrondissement Brussel blijft de regeling van het BHV-akkoord en de tweetalige rechtbanken behouden. Het arrondissement Eupen krijgt een eengemaakte structuur met een voorzitter en een hoofdgriffier voor alle rechtbanken.
Het tweede ontwerp van wet bevordert de mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde via opdrachten en dankzij de gelijktijdige benoeming van magistraten in de rechtbanken van eerste aanleg en in de parketten van de procureur des konings in alle arrondissementen die onder hetzelfde Hof van Beroep vallen. Die versterkte mobiliteit is het gevolg van de daling van het aantal gerechtelijke arrondissementen. De ontwerpen worden voor advies aan de Raad van State voorgelegd.