Het voorontwerp heeft tot doel de consumenten beter te beschermen bij niet-toegestane betalingstransacties en bij te dragen aan de strijd tegen phishing. Daartoe voegt het volgende bepalingen toe aan het Wetboek van economisch recht:
- de verduidelijking van het begrip ‘toestemming’, waarbij een betalingstransactie niet als toegestaan mag worden beschouwd wanneer ze werd geïnitieerd of gewijzigd door een derde die handelt zonder toestemming van de betalingsdienstgebruiker
- de verplichting voor de betalingsdienstaanbieder om te bewijzen dat de betalingstransactie is toegestaan, en niet enkel dat ze is geauthenticeerd
- de regeling dat wanneer de betalingsdienstaanbieder objectieve redenen heeft om fraude, opzet of grove nalatigheid van de betaler te vermoeden hij binnen 15 werkdagen ofwel terugbetaalt, ofwel de weigering motiveert en vermeldt tot welke organen de betaler zich kan wenden. Besluit hij tot fraude, dan deelt hij de redenen mee aan de door de overheid aangewezen nationale autoriteit
- de verplichting van de ombudsdienst voor financiële diensten (Ombudsfin) om zijn adviezen in geschillen over verschillende artikelen binnen dertig dagen op zijn website te publiceren. De betalingsdienstaanbieder deelt binnen dertig dagen na ontvangst van het advies mee of hij het advies volgt, en stelt de adviezen en de gemotiveerde beslissingen automatisch en integraal beschikbaar op zijn website
- de invoering van een sanctie in geval van de niet-naleving van de hierboven vermelde verplichting door de betalingsdienstaanbieder
Het voorontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.
Voorontwerp van wet tot wijziging van boek VII en boek XV van het Wetboek van economisch recht - Bestrijding van online fraude en phishing