Het recht op onderbrekingsuitkeringen vangt aan op de dag die vermeld staat op de uitkeringsaanvraag, wanneer alle nodige documenten naar het werkloosheidsbureau zijn verzonden. Bij de niet-toegelaten uitoefening van een andere activiteit wordt de werknemer niet opgeroepen, voor er een beslissing van uitsluiting of terugvordering is genomen, tenzij hij zelf die wens uitdrukt. Het ontwerp past ook de terminologie aan.
Het ontwerp wordt aan de Raad van State voorgelegd.