Personen met een handicap kunnen aanspraak maken op een integratietegemoetkoming, die de bijkomende kosten voor het verlies van hun autonomie compenseert, en op een inkomensvervangende tegemoetkoming, een bijstandsuitkering voor zij die geen inkomen hebben.
Als de persoon andere tegemoetkomingen uit werkloosheid, ziekenfonds, pensioenen naast zijn integratietegemoetkoming ontvangt, past men een categorievrijstelling toe. De categorievrijstelling is echter lager dan de schalen van de inkomensvervangende integratie. Dat geeft als resultaat dat als het vervangingsinkomen met een identiek bedrag uit invaliditeitsuitkeringen, werkloosheidsuitkeringen, pensioenen bestaat, de integratietegemoetkoming wordt verminderd. Daarom wordt besloten om de categorievrijstelling gelijk te maken aan die van de inkomensvervangende tegemoetkoming.
Op deze manier wordt voorkomen, dat het vervangingsinkomen hoger is, wanneer het bestaat uit de inkomensvervangende tegemoetkoming dan wanneer het vervangingsinkomen bestaat uit invaliditeitsuitkering, werkloosheiduitkering of pensioenen.
ontwerp van koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming