Door de coronacrisis was 2020 ook voor de RSZ het meest gedenkwaardige jaar in lange tijd. Dat wordt duidelijk in de cijfers. Een aantal kernindicatoren vertonen een duidelijke terugval. Zo daalde het aantal Dimona’s – een maat voor de beweging op de arbeidsmarkt – voor het eerst in lange tijd (-19%), wat alles te maken heeft met de gedwongen sluiting van een aantal sectoren. Vooral de uitzendsector en tijdelijke contracten (flexi-jobs, studenten, gelegenheidswerknemers) werden getroffen. Een vergelijkbaar fenomeen deed zich voor bij de buitenlandse detacheringen: de Limosa-aangiften vielen terug met 8%.
De verminderde activiteit had ook gevolgen voor de bijdrage-inning. In maart 2020 werd voor de privésector nog een stijging van de loonmassa voorzien met 2,8% ten opzichte van 2019. In maart 2021 bleek die loonmassa te zijn gedaald met 4,2% ten opzichte van 2019.
Bij de financiering van het stelsel (binnen en buiten globaal beheer), zien we een flinke verhoging van de behoeften (+ 8,4 miljard of + 11%). Vooral de uitgaven voor de RVA namen toe (+ 4,4 miljard of +69%), het gevolg van tijdelijke werkloosheid tijdens de lockdowns. Dat in deze gezondheidscrisis ook de behoeften van het RIZIV toenamen (+ 2,2 miljard of +7%), ligt in de lijn van de verwachtingen.