België zet zich in voor een geïntegreerde aanpak van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en vervuiling
Op 27 maart 2026 organiseerde de FOD Buitenlandse Zaken in samenwerking met de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu een conferentie in het Egmontpaleis naar aanleiding van het nieuwste rapport van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) “Environmental Outlook on the Triple Planetary Crisis”. De bijeenkomst bracht talrijke Belgische actoren samen, waaronder vele bevoegde overheden van Europees tot lokaal niveau, naast vertegenwoordigers van bedrijven, civil society, think tanks en academici. Het doel van de conferentie was om meer inzicht te krijgen in de gevolgen van deze drievoudige crisis - klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, vervuiling - voor België en Europa en om concrete voorbeelden te delen om een meer geïntegreerd beleid te ontwikkelen hieromtrent.
In haar rapport (verkorte versie hier) benadrukt de OESO dat de drie milieuproblemen elkaar versterken en dat zowel internationaal als nationaal beter afgestemde beleidsmaatregelen nodig zijn om deze verweven uitdagingen het hoofd te bieden. Internationaal wordt de link met de derde crisis, namelijk vervuiling, minder uitgewerkt in beleid.
België blijft zowel op internationaal als nationaal vlak werk maken van een grotere weerbaarheid en een meer geïntegreerd milieubeleid.
Het Belgisch Centrum voor Klimaatveranderingsrisicoanalyse (CERAC) onderzoekt hoe verschillende milieucrises elkaar beïnvloeden en samen gevolgen hebben voor de veiligheid, gezondheid en economie van België. Het maakt risicoanalyses over klimaatverandering en andere grenzen aan ons milieu en geeft daarbij advies aan beleidsmakers, zoals de Nationale Veiligheidsraad. CERAC publiceerde de eerste nationale risicobeoordeling en wees de belangrijkste acties aan die moeten worden aangepakt.
België boekt ondertussen vooruitgang in het combineren van biodiversiteitsbescherming en klimaatadaptatie, onder andere dankzij meer investeringen in oplossingen die werken met de natuur.
België zet zich ook ten volle in in de strijd tegen plasticvervuiling, zoals de vermindering van wegwerpplastic, de afname van zwerfvuil op zee en de sterke toename van circulaire projecten. Dit vormt een positieve basis om de uitdagingen die resten aan te pakken. Daarnaast pleit België internationaal voor een ambitieus Plastiekverdrag met bindende doelstellingen, gericht op het beëindigen van plasticvervuiling, het beschermen van de menselijke gezondheid en het milieu, en het bevorderen van een circulaire economie voor kunststoffen. De bescherming van de gezondheid van mensen, dieren en planten tegen vervuiling door schadelijke stoffen en producten is een prioriteit.
Ons land past bovendien steeds vaker het “Do No Significant Harm” (DNSH)-principe toe. Hierdoor worden beleidsmaatregelen en investeringen die aanzienlijke milieuschade kunnen veroorzaken uitgesloten. België heeft aangetoond dit principe succesvol te kunnen integreren, onder andere in het federaal herstelplan en in EU‑gefinancierde programma’s.
Deze aanpak sluit nauw aan bij de voornaamste aanbevelingen van de OESO, zoals o.a. het beter afstemmen van financiering op geïntegreerde milieudoelstellingen, meer gericht onderzoek en het versterken van de circulaire economie. De ingezette dynamiek wordt bevestigd door de systematische toepassing van DNSH in Europese financieringen en de sterke groei van circulaire projecten in ons land.
“De boodschap is duidelijk: klimaat, biodiversiteit en vervuiling zijn nauw met elkaar verweven; hun gevolgen zullen toenemen als we niet ingrijpen; en alleen een betere samenhang tussen de sectoren zal ons in staat stellen deze aan te pakken. We moeten de gevolgen verzachten, ons aanpassen en ons voorbereiden op een wereld waarin de levensomstandigheden minder comfortabel zullen zijn als er niets wordt ondernomen,” Heidy Rombouts, Directrice-Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp.