17 mei: Homofoob geweld houdt aan en conservatieve ideeën nemen toe
Ter gelegenheid van de Internationale dag tegen Homofobie, Bifobie, Transfobie en Interseksefobie, geven Unia en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen hun cijfers vrij over de beschermde kenmerken van seksuele oriëntatie, genderidentiteit en -expressie, seksekenmerken en medische of sociale transitie voor 2025.
Unia - Ernstige daden die leiden tot de opening van een dossier
In 2025 is het aantal meldingen bij Unia gelijkaardig aan 2024, met ongeveer één melding per dag (311 meldingen). Daarvan leidt ongeveer de helft (151 gevallen) tot de opening van een dossier. De omzetting van aantal meldingen naar aantal geopende dossiers is aanzienlijk hoger dan het gemiddelde voor andere beschermde kenmerken (24%). Dit percentage toont de ernst van de gemelde feiten die vaak strafrechtelijke overtredingen zijn.
Het domein “samenleving” komt, met 61 dossiers, het vaakst voor. Denk bijvoorbeeld aan aanvallen in de openbare ruimte. Het tweede domein is “werk”. Daar zien we een stijging van het aantal homofobe pesterijen op de werkvloer. Het derde domein “media”, gaat vooral over haatspraak op sociale media.
Unia - Fysiek, verbaal en structureel geweld
Van de 142 zaken die in 2025 werden afgesloten, en dus een juridische basis hebben, nemen haatmisdrijven een centrale plaats in. 4 van de 10 dossiers gaan over strafbare feiten, voornamelijk slagen en verwondingen, en intimidatie. Homo- en biseksuele mannen, en in mindere mate lesbische en biseksuele vrouwen, krijgen het vaakst te maken met haatmisdrijven volgens de beschermde kenmerken van Unia.
Verder gaat 39% van Unia’s dossiers over discriminatie op het werk, op de woonmarkt, of bij goederen en diensten. Cijfers die we jaar na jaar zien stijgen. Dat geldt ook voor 22% van de dossiers over haatspraak. Denk aan het aanzetten tot haat, tot discriminatie of tot geweld, beledigingen of bedreigingen.
Deze cijfers zijn slechts het topje van de ijsberg omdat veel slachtoffers geen melding maken van de feiten, noch bij de politie, noch bij andere instellingen zoals Unia.
IGVM – Discriminatie en haatspraak naar trans, non-binaire en intersekse personen: onzichtbare realiteiten
Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen kreeg 94 meldingen van discriminatie in 2025 die afkomstig waren van trans, non-binaire en intersekse personen. Die meldingen gingen over de medische of sociale transitie, de genderidentiteit en -expressie of over seksekenmerken. Er werden ook 454 meldingen overgemaakt rond haatdragende transfobe gedragingen/uitspraken.
Deze meldingen zijn slechts het zichtbare deel van alomtegenwoordige discriminaties. Volgens een recente studie van het Instituut over de leefomstandigheden en de discriminatie-ervaringen van trans en/of non-binaire personen, geeft meer dan 8 op de 10 respondenten aan het slachtoffer te zijn geweest van discriminaties in de loop van de laatste twee jaar. En dit vooral online, in de gezondheidszorg of in de zoektocht naar werk.
Unia - Juridische erkenning
In 2025 en in het eerste trimester van 2026, was Unia burgerlijke partij in 10 dossiers over homofoob geweld. Het discriminerende motief werd erkend als verzwarende omstandigheid in 9 van de 10 gevallen. Die erkenning is essentieel voor strengere straffen en om een duidelijk maatschappelijk signaal te geven.
In een aantal zaken rond valstrikken via datingapps, gebruikte de verdediging ‘pedojacht’ als argument. Deze oude, schaamteloze en volstrekt ongegronde misvatting kon geen enkele rechter overtuigen.
Polariserende context
Een studie van het Instituut over de levensomstandigheden van trans en/of non-binaire personen bevestigt het vijandige klimaat. 70% van de respondenten gelooft dat vooroordelen en intolerantie de laatste twee jaar zijn gestegen. We linken die evolutie aan het negatief discours op sociale media en in het politieke debat (84,8%). De gevolgen voor de levenskwaliteit van LGBTI+ personen zijn niet min. Een recent rapport van Lumi, de infolijn van Çavaria (federatie van Vlaamse LGBTI+ vzw’s), toont een stijging van 15% in het aantal inkomende oproepen. Aanleiding:angst en depressie.
RainbowHouse Brussels en Prisme (Brusselse en Waalse federaties) zien op sociale media ook de opkomst van conservatieve bewegingen zoals het masculinisme. Dergelijke bewegingen verhogen het risico op verbaal en fysiek geweld op LGBTI+ personen.
Haatmisdrijven kaderen en voorkomen: een prioriteit
Unia en het Instituut roepen alle politici en overheden op om dringend concrete maatregelen te nemen, en dit zowel preventief als gerechtelijk.
Unia en het Instituut pleiten voor een betere opvang van slachtoffers van misdrijven en haatzaaiende uitlatingen, en voor de versterking van de mogelijkheden tot vervolging, vooral bij online gepleegde feiten die vandaag nog te vaak ongestraft blijven. Hiervoor zijn specifieke opleidingen nodig voor de verschillende slachtofferhulpdiensten, waaronder de politie.
Unia pleit ook voor een onderzoek naar de daderprofielen en de motivatie van daders om strategieën te ontwikkelen om die haatmisdrijven tegen te gaan en te voorkomen.
Unia steunt ook de invoering van een algemeen kader voor alternatieve straffen. Enkel zo kan er een mentaliteitsverandering komen bij daders. Ook de overheid heeft een belangrijke rol te spelen door duidelijk stelling te nemen tegen haatzaaiende uitlatingen en een doeltreffende preventiestrategie te ondersteunen die gebaseerd is op het bevorderen en beschermen van de mensenrechten. Een samenleving die minder LGBTI+-fobisch is, is een samenleving die de oorzaken van haat grondig aanpakt en zich niet beperkt tot het bestraffen ervan.
Ten slotte pleit Unia voor permanente vorming voor onderwijspersoneel om discriminatie te bestrijden en geweld tegen LGBTI+ personen te voorkomen. Het doel is om denkwijzen van jongs af aan te laten evolueren.
Els Keytsman De Ronne, directeur voor Unia: “De strijd tegen homo-en bifobie is nog lang niet gestreden. Helaas zien we een stijging van discriminatie en geweld door nieuwe conservatieve ideeën. We volgen deze ontwikkelingen nauw op en staan slachtoffers bij in juridische procedures wanneer de zaken ernstig zijn en een symbolische betekenis hebben voor de samenleving als geheel.”
Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen: “Discriminatie en geweld tegen LGBTI+-personen, vooral trans- en non-binaire personen, blijven een zorgwekkende realiteit die nog veel te weinig wordt gemeld. In een context van toenemende polarisatie en de banalisering van haatzaaiende uitlatingen is het dringend nodig om preventie, slachtofferbescherming en de gerechtelijke aanpak te versterken, om zo de grondrechten van iedereen te blijven waarborgen.”
Contact
- Carole Poncin, perscontact Unia, carole.poncin@unia.be, +32 488 04 38 24
- Laura Smolders, perscontact IGVM, Laura.Smolders@igvm.be, +32 2 233 40 27
[1] Unia is bevoegd voor het kenmerk “seksuele oriëntatie”. Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen is bevoegd voor “gender” en “geslacht”.