Grote oefening oliebestrijding voor de kust van Zeebrugge
Op woensdag 17 juni vond voor de kust van Zeebrugge een grote oliebestrijdingsoefening plaats, in aanwezigheid van minister van de Noordzee Annelies Verlinden. Daarbij werd getest hoe België en zijn partners reageren bij een ernstige olievervuiling op zee.
Volgens het scenario werd op zo’n 7 nautische mijl (12 km) van de kust een grote olievlek ontdekt. Het doel was om deze snel op te ruimen, vóór ze kwetsbare natuurgebieden zoals het Zwin en de Scheldemonding bereikte, en om hinder voor de havens te beperken. In plaats van olie werd stro gebruikt, dat zich op zee gelijkaardig gedraagt.
Belgische en buitenlandse vaartuigen
In totaal namen zeven schepen deel aan de oefening, zowel Belgische als buitenlandse gespecialiseerde vaartuigen. Zo nam de Arca deel, een schip van de Nederlandse Rijkswaterstaat dat is uitgerust met veegarmen die de olie kunnen verzamelen. België zette de Zeetijger en de Sirius in. Deze schepen van Vloot (Agentschap MDK) kunnen bij een grote ramp worden uitgerust om olie op te ruimen.
Ook de Interballast III deed mee. Dit schip, eigenlijk een zandzuiger van de Group De Cloedt, wordt door het Europees Maritiem Veiligheidsagentschap (EMSA) ingezet bij grote incidenten op de Noordzee. Ook dit schip kan worden uitgerust met veegarmen om olie op te ruimen. Het ruim van het vaartuig is bovendien verwarmd zodat de opgevangen olie vloeibaar blijft en overgepompt kan worden wanneer het schip vol is.
Samenwerking tussen kustwachtpartners en landen
De oliebestrijdingsoefening werd gecoördineerd door de dienst Marien Milieu van de FOD Volksgezondheid en uitgevoerd door de Belgische kustwachtpartners in samenwerking met Nederlandse en Europese organisaties.
De Belgische Kustwacht is een samenwerkingsnetwerk dat instaat voor taken op zee in verband met veiligheid, toezicht en hulpverlening. 17 Vlaamse en federale overheidsdiensten en de gouverneur van West-Vlaanderen maken deel uit van de Kustwacht. Door samen te werken zorgen de verschillende diensten ervoor dat deze taken efficiënt en goed gecoördineerd worden uitgevoerd op de Noordzee.
De oefening vond plaats in het kader van de Multipurpose Maritime Operation (MMO), een jaarlijkse grootschalige en multifunctionele maritieme operatie op de Noordzee, gecoördineerd door het Europees Agentschap voor Maritieme Veiligheid (EMSA), het Europees Agentschap voor grenscontrole (FRONTEX) en het Europees Agentschap voor Visserijcontrole (EFCA), met steun van de Europese Unie. Lidstaten werken hierbij nauw samen rond kustwachttaken zoals maritieme veiligheid, milieubescherming en grensbewaking.
Internationale aandacht voor BBNJ kandidatuur
De oefening werd bijgewoond door minister van Justitie en Noordzee Annelies Verlinden, samen met voorzitter van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu Dirk Ramaekers, Directeur‑Generaal Leefmilieu Pierre Kerkhofs en de Belgische Speciaal Gezant voor de Oceaan Sophie Mirgaux Dillien. Hun aanwezigheid – aan boord van het onderzoeksschip RV Belgica – kaderde in de Belgische kandidatuur voor de huisvesting van het secretariaat van het nieuwe VN‑Oceaanverdrag (BBNJ, Biodiversity Beyond National Jurisdiction). In datzelfde kader volgden ook verschillende buitenlandse diplomaten de oefening. Het BBNJ‑verdrag heeft als doel de biodiversiteit op volle zee beter te beschermen en duurzaam te beheren, onder meer via mariene beschermde gebieden, milieueffectenbeoordelingen en afspraken over het gebruik van mariene genetische hulpbronnen.
Annelies Verlinden, minister van Justitie en Noordzee:
“De oceaan stopt niet aan landsgrenzen, en olievervuiling ook niet. Deze oefening toont hoe cruciaal samenwerking is om de oceaan te beschermen. België investeert in materiaal, capaciteit en kennis om de zee veilig en schoon te houden, en in nationale en internationale partnerschappen. Met zijn kandidatuur voor het BBNJ-secretariaat wil België zijn expertise en verbindende rol inzetten om de biodiversiteit op volle zee beter te beschermen.”
Na de oefening: evaluatie
Twee weken na de oefening volgt een evaluatie met alle partners. Dan bekijken we wat goed ging en wat beter kan. De verbeterpunten worden geïntegreerd in het Interventieplan Oliebestrijding.