25 nov 2005 16:00

Echtscheiding

Hervorming van de echtscheiding

Hervorming van de echtscheiding

De Ministerraad keurde het voorontwerp van wet goed dat de echtscheiding hervormt. Het voorontwerp is een voorstel van mevrouw Laurette Onkelinx, Minister van justitie. Beperking van de schadelijke gevolgen van de procedure Er is een algemene consensus om het begrip schuldloze echtscheiding in België in te voeren. De Staten-generaal van het Gezin (zitting 2003-2004) hebben unaniem voorgesteld de echtscheiding wegens duurzame ontwrichting in het Belgisch recht te integreren. Het doel van het voorontwerp van wet is om de schadelijke gevolgen van de procedure op de relaties tussen de partijen zo veel mogelijk te beperken. Elke scheiding brengt problemen mee. Het is belangrijk dat die niet worden verergerd door procedureproblemen en de vaak steriele debatten over de schuldvraag. Vereenvoudiging van de procedure: één enkele echtscheidingsgrond Momenteel bestaan er twee echtscheidingsprocedures: de echtscheiding op grond van bepaalde feiten (in de meest ruime betekenis: ze omvat ook de echtscheiding wegens feitelijke scheiding) en de echtscheiding door onderlinge toestemming. Het voorontwerp stelt een vereenvoudiging voorop: de procedures worden samengebracht tot één enkele procedure. Toch betekent dit niet dat de procedure door onderlinge toestemming wordt opgegeven: ze wordt geïntegreerd in de gewone procedure. Dankzij deze formule zullen de echtgenoten in gemeenschappelijk akkoord kunnen scheiden, maar zonder dat het daarom noodzakelijk is dat ze alle problemen die verbonden zijn aan de echtscheiding oplossen. Ter herinnering: de echtscheiding door onderlinge toestemming kan momenteel niet worden uitgesproken indien er geen volledig akkoord is over alle gevolgen van de scheiding. De echtscheiding zal kunnen worden aangevraagd op basis van één enkele reden: de duurzame ontwrichting tussen de echtgenoten. Deze duurzame ontwrichting zal kunnen worden vastgesteld: - door het verstrijken van een bepaalde termijn; - of door de herhaaldelijke bevestiging bij de rechtbank van deze ontwrichting; - of door de intieme overtuiging van de rechter. Wanneer het verzoek door beide echtgenoten samen gebeurt, volstaan: - 6 maanden feitelijke scheiding; - of twee verklaringen voor de rechtbank, met minstens drie maanden tussen. Wanneer het verzoek door één enkele echtgenoot wordt ingediend moet er: - 1 jaar feitelijke scheiding zijn; - of twee verklaringen voor de rechtbank, met minstens zes maanden tussen. Tot slot wordt aangenomen dat er een duurzame ontwrichting is wanneer een van de echtgenoten bewijst dat er ernstige aanwijzingen zijn dat de ander gedrag heeft vertoond, waardoor de voortzetting van het huwelijk onmogelijk wordt. In dat geval kan de rechter de echtscheiding onmiddellijk uitspreken. De meeste specialisten stellen vast dat het debat over de fout vaak nutteloos is. De reden voor de ontwrichting is zeer vaak moeilijk uit te maken en meestal het gevolg van de dagdagelijkse problemen. De fout moet niet meer centraal staan bij de echtscheiding. Die moet worden uitgesproken wanneer de scheiding onvermijdelijk is, welke ook de reden is. Het alimentatiegeld Met het huidige systeem kan alleen de echtgenoot die de echtscheiding verkreeg ten nadele van de andere partij recht hebben op een uitkering tot levensonderhoud. Wat het alimentatiegeld voor de kinderen betreft, verandert er niets. Wat het alimentatiegeld voor de ex-partner betreft, stelt het hervormingsontwerp voor om het recht op alimentatiegeld 'af te grendelen' en meer in het bijzonder door het in de tijd te beperken. De voornaamste wijzigingen zijn: - zelfs wanneer de echtscheiding eenzijdig wordt gevraagd, moet de uitkering tot levensonderhoud worden betaald. Alleen de echtgenoot die zich schuldig maakte aan een zware fout, waardoor het samenleven onmogelijk werd, zal niet de mogelijkheid hebben om een uitkering aan te vragen. - Als gevolg daarvan, zal het alimentatiegeld worden beperkt in de tijd: het maximum zal worden gelijkgesteld met de duur van het huwelijk, eventueel verhoogd met de duur van het gemeenschappelijke leven vóór het huwelijk. - er zal rekening worden gehouden met de economische middelen van de partijen. - De rechter zal de uitkering kunnen aanpassen in functie van de economische keuzes die de partijen maakten tijdens het samenleven (men denkt hierbij in het bijzonder aan de echtgenoot die zich wijdde aan het huishouden of aan de opvoeding van de kinderen). - de aanvragende echtgenoot moet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en zijn rechten op sociale voorzieningen doen gelden. Artikel 301 van het Burgerlijk Wetboek blijft behouden (behouden van het plafond van een derde van het netto-inkomen, van het economisch criterium van de levensstandaard tijdens het samenleven, automatische aanpassing aan het indexcijfer, overdracht van bedragen, enz.). Behoud van de echtscheiding door onderlinge toestemming In de schoot van de Staten-generaal van het Gezin (eerste cyclus 2003-2004), bleek er een meerderheid te zijn voor het behouden van de echtscheiding door onderlinge toestemming. Deze procedure kent heel wat succes (70% van de echtscheidingen in 2003). In tegenstelling tot andere vormen van echtscheiding, komen de partijen overeen over alle gevolgen van de ontwrichting alvorens ze uit de echt scheiden. De echtscheiding door onderlinge toestemming wordt geïntegreerd in de unieke echtscheidingsprocedure, maar meerdere aspecten worden versoepeld, zoals: - het afschaffen van de minimumleeftijd (momenteel 20 jaar); - afschaffen van de minimumduur van het huwelijk (momenteel 2 jaar); - mogelijkheid om gedeeltelijke akkoorden te bekrachtigen tijdens de procedure (teneinde te vermijden dat dergelijke akkoorden overhaast worden afgesloten, moet het tijdens de procedure afgesloten akkoord na minstens 3 maanden het voorwerp zijn van een nieuwe bekrachtiging). Overgangsmogelijkheden tussen de procedures ter bevordering van het sluiten van gedeeltelijke akkoorden. Het ontwerp maakt de overstap mogelijk van de ene procedure naar de andere indien de relaties tussen de echtgenoten in de loop van de procedure evolueren. Indien bijvoorbeeld de echtgenoten een echtscheidingsprocedure opstarten middels een « zuivere » echtscheiding door onderlinge toestemming (een volledig akkoord over de echtscheiding en de gevolgen ervan) en niet meer akkoord gaan over de uitkering tot levensonderhoud, zijn ze vandaag verplicht de hele procedure van bij het begin te hernemen. De nieuwe wet zal het mogelijk maken door te gaan met de procedure en de afgesloten akkoorden zullen kunnen blijven bestaan. Ook het omgekeerde wordt mogelijk: indien de partijen op het moment van de scheiding over niets akkoord gaan, maar ze tijdens het proces toch akkoorden afsluiten, kan de rechtbank gedeeltelijke akkoorden homologeren. Zo worden nutteloze debatten beperkt. Gerechtelijke bemiddeling Tijdens de procedure zal de rechter aan de partijen kunnen voorstellen een beroep te doen op de gerechtelijke bemiddeling. De gerechtelijke bemiddeling kan, mits akkoord van de partijen, door de rechter worden aanbevolen of kan worden voorgesteld door een van de partijen, steeds met akkoord van de andere partij. In dat geval zal de rechter de gerechtelijke procedure opschorten voor maximum één maand, zodat de partijen een beroep kunnen doen op de bemiddeling om samen tot een oplossing te komen voor hun onderling conflict. De gerechtelijke bemiddeling kan betrekking hebben op het hele geschil of op een deel ervan. In dat geval kan het bemiddelingsakkoord ook gedeeltelijk zijn. De rechter zal zich dan uitspreken over de geschilpunten waarvoor er geen akkoord kon worden bereikt. Beroepsmogelijkheden Tegen beslissingen die de echtscheiding uitspreken zal geen beroep meer kunnen worden aangetekend. De rechtbank zal in de meeste gevallen de echtscheiding uitspreken op grond van de eenvoudige vaststelling van het tijdsverloop of van het respecteren van de procedure (eventuele dubbele verschijning, enz.). Beroep aantekenen heeft dus weinig zin indien de rechtbank de echtscheiding uitspreekt. Men zou de mogelijkheid om beroep aan te tekenen kunnen gebruiken als een vertragingsmanoeuvre. Men kan niettemin wel beroep aantekenen tegen een beslissing die de echtscheiding weigert. Cassatieberoep blijft mogelijk, maar de termijn om in cassatieberoep te kunnen gaan werd vastgelegd op 1 maand (in plaats van 3 maanden in het gemeenrecht).