16 jan 2020 00:00

Ons land kan het met minder materniteiten doen

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) berekende dat een materniteit jaarlijks minstens 557 bevallingen moet uitvoeren, om de kostprijs per bevalling te kunnen verlagen tot die van de efficiëntere materniteiten, en zonder dat daarbij de goede zorg in het gedrang komt. Verder moet elke vrouw (tussen 15 en 49 jaar) in ons land binnen een veilige tijdslimiet een materniteit met de wagen kunnen bereiken. Op basis van die criteria, dus een gegarandeerde efficiëntie, kwaliteit en toegankelijkheid, zouden 17 kleine materniteiten kunnen worden gesloten. Deze aanbeveling kadert in een internationale trend naar schaalvergroting van materniteiten. Bedoeling is daarbij niet om louter geld uit te sparen, maar om de middelen binnen de gezondheidssector zo doelmatig mogelijk in te zetten, zonder te raken aan de kwaliteit of de toegankelijkheid.

Belgium_cart

Nu reeds overschot aan bedden
Vandaag is er een internationale trend naar het sluiten van kleine materniteiten, en om hun activiteiten over te hevelen naar de overblijvende, grotere materniteiten. Op die manier verlagen de gemiddelde kosten van de bevallingen voor de ziekenhuizen, en verhoogt dus de algemene efficiëntie. Ook in materniteiten met een laag aantal bevallingen moet immers een minimum aan vroedvrouwen, verpleegkundigen, artsen en materiaal permanent aanwezig zijn.

Het KCE stelde twee jaar geleden (rapport 289) reeds vast dat de Belgische materniteiten samen 600 bedden teveel hadden, en dat dit overschot in 2025 naar 1 000 zou stijgen. Het concludeerde dat dit overschot best kon worden weggewerkt door de kleinste materniteiten te sluiten, en zo de efficiëntie te verhogen. In zijn huidige rapport ging het na welke criteria hiervoor het best worden gehanteerd, en paste het deze toe op de Belgische situatie.

Jaarlijks minstens 557 bevallingen
Vandaag zijn er in België 104 materniteiten (59 in Vlaanderen, 34 in Wallonië en 11 in Brussel). Bijna elk acuut ziekenhuis heeft minstens 1 materniteit. Momenteel is wettelijk vereist dat ze op 3 opeenvolgende jaren gemiddeld minstens 400 bevallingen per jaar uitvoeren. Het KCE berekende echter dat er in een materniteit jaarlijks minstens 557 bevallingen moeten plaatsvinden, om de kost per bevalling te kunnen verlagen tot die van de efficiëntere materniteiten, zonder dat er aan kwaliteit of veiligheid wordt ingeboet. De minimumnorm van 400 wordt dan ook best verhoogd. Volgens de meest recente cijfers (2016) bereiken 21 van de 104 materniteiten het minimumaantal van 557 jaarlijkse bevallingen niet.

Bereikbaarheid is cruciaal
Onvoldoende efficiëntie is echter niet het enige criterium om een materniteit al dan niet te sluiten. Bereikbaarheid is immers cruciaal: elke vrouw tussen 15 en 49 jaar zou een materniteit binnen een bepaalde tijd (bv. 30 minuten) met de wagen moeten kunnen bereiken. Vandaag heeft 80% van de vrouwen meer dan 8 materniteiten op een half uur rijden van huis liggen. Bij nog geen 2% is dat er maar één.

Het KCE ging bij de 21 materniteiten, die het minimum aantal van 557 bevallingen niet bereiken, na welke impact hun sluiting op deze bereikbaarheid zou hebben. De sluiting van 4 ervan zou als gevolg hebben dat een deel van de vrouwen uit de regio meer dan 30 minuten zou nodig hebben om de dichtstbijzijnde materniteit te bereiken. Deze 4 materniteiten worden dan ook best niet gesloten. Voor de overige 17 zou een sluiting echter geen probleem voor de toegankelijkheid vormen. Het KCE pleit dan ook voor de intrekking van hun erkenning.

NB: materniteiten aangeduid met een oranje vierkantje komen volgens het KCE in aanmerking voor sluiting

Rekening houden met capaciteit omliggende materniteiten
Materniteiten moeten niet alleen binnen een veilige tijdsduur bereikbaar zijn, maar moeten ook over voldoende plaats beschikken voor hun patiëntes, zeker als ze ook de activiteiten van de gesloten materniteiten moeten overnemen. De sluiting van de 17 kleinere materniteiten zou leiden tot een toename in activiteit in de overblijvende omliggende materniteiten met gemiddeld 17%. Vandaag is er in de materniteiten van ons land echter een overschot van in totaal 390 tot 900 bedden. De meerderheid van materniteiten heeft daarom voldoende capaciteit om deze extra activiteit op te nemen.

De efficiëntie kan zelfs nog meer worden verhoogd
Het KCE stelde vast dat de materniteiten met minstens 557 bevallingen nog aan efficiëntie kunnen winnen, als ze 900 tot 1 000 jaarlijkse bevallingen zouden uitvoeren. De ziekenhuisnetwerken die vandaag volop worden gevormd, zouden dan ook moeten streven naar materniteiten met minstens dit aantal bevallingen. Op die manier kan hetzelfde aantal bevallingen gebeuren met minder personeel en infrastructuur, en zonder verlies aan kwaliteit. De kostenbesparing die zo wordt bereikt, wordt best opnieuw geïnvesteerd door de ziekenhuizen, bijvoorbeeld in meer verpleegkundigen op afdelingen die kampen met een tekort, zoals geriatrie of revalidatie.

Impact van de sluitingen op het personeel
Verder heeft, wanneer een ziekenhuis zijn materniteit sluit, dit niet alleen gevolgen voor de medewerkers van de afdeling zelf, maar ook voor die van andere diensten (bv. pediatrie). Er zouden dan ook maatregelen moeten worden genomen om het teveel aan medewerkers opnieuw tewerk te stellen. Een (beperkt) deel van het personeel kan worden overgeheveld naar de resterende materniteiten in de buurt. Aan vroedvrouwen kan een bijscholing naar verpleegkundige worden aangeboden, om aan de slag te kunnen gaan in andere ziekenhuisdiensten met een tekort aan verpleegkundig personeel. Op die manier kan het aantal patiënten per verpleegkundige verminderen. Verder kan worden verwacht dat, door een korter verblijf op de materniteit, meer vroedvrouwen buiten de ziekenhuizen nodig zullen zijn, om postnatale zorg thuis te verlenen. Deze grotere autonomie vereist onvermijdelijk een versterking en uitbreiding van hun opleiding, om meer competenties te verwerven in organisatie- en coördinatievaardigheden.