Het ontwerp van koninklijk besluit zet de Europese richtlijn 2012/33/EU inzake zwavelgehalte van de marine gasolie om in een nationale wetgeving. De richtlijn vindt zijn oorsprong in een beslissing van de Europese Commissie om een inbreukenprocedure te starten tegen België. De Europese Commissie had vooral bemerkingen bij het gebrek aan toezichts- en controlemaatregelen. Concreet focust het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit zich dan ook vooral op de controle (monsterneming en analyse) van het gebruik van scheepsbrandstoffen met een laag zwavelgehalte. Het koninklijk besluit wordt voorzien van een nationale wettelijke basis door duidelijk te stellen dat:
- de FOD Economie belast is met de monsterneming en de analyse van de mariene gasolie
- de monsters genomen moeten worden op gezette tijden, frequent genoeg en in voldoende hoeveelheden zodat de monsters representatief zijn voor de gecontroleerde brandstof en dit in overeenstemming met de richtlijnen
Ten slotte heft het ontwerp het koninklijk besluit van 13 december 2006 op over de benaming, de kenmerken en het zwavelgehalte van de mariene gasolie.