03 apr 2015 11:13

Pensioenhervorming

De ministerraad keurt op voorstel van minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine en minister van Zelfstandigen Willy Borsus vier voorontwerpen van wet en een ontwerp van koninklijk besluit goed rond het optrekken van de wettelijke pensioenleeftijd, de voorwaarden voor het recht op vervroegd pensioen en het optrekken van de minimumleeftijd voor het overlevingspensioen in de drie pensioenstelsels.

Optrekken van de wettelijke leeftijd voor het rustpensioen
Om het pensioensysteem op middellange en lange termijn te garanderen, benadrukt het regeerakkoord dat structurele hervormingen nodig zijn, zoals ondermeer het optrekken van de wettelijke pensioenleeftijd tot 66 jaar in 2025 en tot 67 jaar in 2030. De wettelijke pensioenleeftijd is op dit ogenblik 65 jaar. De ontwerpen die vandaag door de ministerraad zijn goedgekeurd geven uitvoering aan deze maatregel. 

Verderzetten van de hervorming van het vervroegd pensioen
Het regeerakkoord voorziet eveneens dat de leeftijd waarop men zijn vervroegd pensioen kan opnemen naar 62,5 jaar gebracht wordt in 2017 en naar 63 jaar in 2018. De loopbaanvoorwaarde wordt daarnaast verhoogd tot 41 jaar in 2017 en tot 42 jaar in 2019.  Voor wat betreft de uitzonderingen voor een lange loopbaan, wordt de loopbaanvoorwaarde vanaf 2019 opgetrokken tot 44 jaar om het pensioen te kunnen opnemen op de leeftijd van 60 jaar en tot 43 jaar om het pensioen te kunnen opnemen op de leeftijd van 61 jaar. De nieuwe maatregelen passen de voorwaarden voor het recht op vervroegd pensioen aan vanaf 2017. 

Verderzetten van de hervorming van het overlevingspensioen
Het regeerakkoord voorziet in een progressieve verhoging van de leeftijd waarop de langstlevende
echtgenoot aanspraak kan maken op een overlevingspensioen. Deze leeftijd wordt zo van 50
jaar in 2025 naar 55 jaar in 2030 gebracht. Voor de rechthebbenden die deze minimumleeftijd niet bereikt hebben op het moment van het overlijden van hun echtgenoot is het stelsel van de overgangsuitkering van toepassing.

Overgangsuitkering
Daarnaast wordt in het stelsel van de zelfstandigen gepreciseerd dat het minimumbedrag van de overgangsuitkering berekend wordt op basis van het bedrag van het minimumpensioen voor een overlevingspensioen. Tenslotte moeten, als gevolg van het invoeren in de drie wettelijke pensioenstelsels (werknemers, zelfstandigen en ambtenaren) van de overgangsuitkering als nieuwe uitkering ten behoeve van de langstlevende echtgenoten, bepaalde wettelijke bepalingen (verjaring, administratieve vereenvoudiging, …) die van toepassing zijn op het rust- en overlevingspensioen eveneens toepasbaar gemaakt worden op de overgangsuitkering. 

De ontwerpen worden voorgelegd aan het sociaal overleg.

voorontwerp van wet tot wijziging van de voorwaarden inzake leeftijd en loopbaanduur voor
de opening van het recht op het onmiddellijk of uitgesteld pensioen van de overheidssector
(ambtenarenstelsel) 

voorontwerp van wet tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot
uitvoering van artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de
sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, wat
de wettelijke leeftijd van het rustpensioen en het vervroegd pensioen van werknemers betreft
en tot aanpassing van de wettelijke pensioenleeftijd in diverse bepalingen (werknemersstelsel) 

ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 december 1967
tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor
werknemers, wat de wettelijke pensioenleeftijd betreft (werknemersstelsel) 

voorontwerp van wet tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het overlevingspensioen en de overgangsuitkering (werknemersstelsel) 

voorontwerp van wet tot wijziging van diverse bepalingen in het pensioenstelsel van de
zelfstandigen met betrekking tot de pensioenleeftijd, het vervroegd pensioen en het
overlevingspensioen (zelfstandigenstelsel)