Pensioenhervorming 2026: lagere gemiddelde pensioenen en een grotere pensioenkloof tussen mannen en vrouwen
De Raad voor Gelijke Kansen van Mannen en Vrouwen heeft verschillende maatregelen van de pensioenhervorming, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 1 juni 2026 (Advies 179), geanalyseerd in het licht van het meest recente rapport van het Federaal Planbureau (FPB), dat de effecten ervan op het gemiddelde pensioenniveau en op de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen evalueert. Het FPB merkt op dat de kloof globaal gezien op lange termijn zal toenemen, maar ook al vanaf 2027. Voor de Raad bevestigen deze vaststellingen dat de hervorming, in plaats van ongelijkheden te verminderen, de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen net duurzaam zal vergroten.
Met deze pensioenhervorming wil de regering de overheidsfinanciën saneren, in overeenstemming met het Europese begrotingstraject, de arbeidsparticipatie verhogen, mensen langer aan het werk houden en de houdbaarheid van het pensioenstelsel waarborgen.
De hervorming beoogt het wettelijk pensioen, aangevuld met een « veralgemeend » aanvullend pensioen, te versterken, de intra- en intergenerationele rechtvaardigheid en de individuele verantwoordelijkheid te herstellen, bij te dragen tot « het evenwicht » tussen werk en privéleven, en te streven naar meer « reële » gelijkheid tussen mannen en vrouwen door de pensioenkloof te verkleinen. De magische woorden die als vaandel worden gevoerd: harmonisatie, modernisering, betere aansluiting, duurzaamheid, verantwoordelijkheid.
Sommige maatregelen zullen meer gevolgen hebben voor mannen en bijdragen tot een verkleining van de pensioenkloof, in het bijzonder:
- verlaging van de hoogste ambtenarenpensioenen
- afschaffing van de preferentiële tantièmes
Andere maatregelen zullen vrouwen echter zwaarder treffen, in het bijzonder:
- vrouwen met korte loopbanen: slechts 17 % van de vrouwen heeft een loopbaan van 34 jaar tegenover 58 % van de mannen
- vrouwen die onvrijwillig deeltijds werken, met name omdat de meeste contracten in hun sector slechts in deeltijd worden aangeboden
- vrouwen die niet genoeg volledige jaren zullen kunnen aantonen om in aanmerking te komen voor een vervroegd pensioen: een rechtstreeks gevolg van de nieuwe definitie van een « volledig » loopbaanjaar van minimaal 156 dagen
- vrouwen die de pensioenmalus zullen ondergaan wegens de dubbele voorwaarde voor vrijstelling daarvan (35 jaar en 7020 gewerkte dagen).
Ook al wordt van vrouwen verwacht dat zij langer werken, wat een hypothetische en niet-verifieerbare gedragsverandering veronderstelt, zullen meer vrouwen onvoldoende eigen pensioenrechten opbouwen, wat een verlies aan economische zelfstandigheid betekent. Naarmate het pensioenniveau daalt en de armoede toeneemt, zullen meer gepensioneerden onder de IGO-regeling vallen en/of bijkomende jobs uitoefenen die voor gepensioneerden zijn toegestaan.
Het beheer van de pensioenen kan uiteraard niet los worden gezien van het werkgelegenheidsbeleid. De Raad klaagt de deregulering van de arbeidsvoorwaarden door de regering aan, en in het bijzonder de maatregelen met betrekking tot deeltijdse werknemers (contracten van 1/10 - wat neerkomt op 3,8 uur per week, beperkingen in de inkomensgarantietoelagen), die, naast het feit dat zij worden gediscrimineerd ten opzichte van voltijdspersoneel, bij hun pensionering onvoldoende inkomen zullen hebben, tenzij zij meerdere en steeds precairdere jobs combineren. De verwachte stijging van de arbeidsparticipatie zal enkel gebeuren ten koste van de kwaliteit van de jobs.
In plaats van meer gelijkheid te realiseren, ziet de Raad hierin een reeks belangrijke sociale achteruitgangen, die strijdig zijn met het standstill-beginsel.
Contact
Dominique De Vos