De tuchtrechtelijke bestraffing van een gijzelingsactie wordt verzwaard: de opsluiting in de strafcel wordt van ten hoogste negen tot veertien dagen verhoogd. Er wordt ook een wettelijke basis gecreëerd om schade als gevolg van de opzettelijke beschadiging van penitentiaire goederen te verhalen op bedragen die de penitentiaire administratie aan de gedetineerde verschuldigd is. Ook de fouillering op het lichaam van de gedetineerde wordt duidelijker in de wet omschreven. Daarnaast zal het bezit van technologische en voornamelijk communicatiemiddelen zoals een gsm, kunnen worden bestraft als een inbreuk van eerste categorie. Ten slotte wordt in de wet duidelijk gesteld dat de penitentiaire instelling geen arbeidsovereenkomst kan sluiten met de gedetineerde die penitentiaire arbeid verricht, aangezien het niet om een vrijwillige keuze gaat.
voorontwerp van wet tot wijziging van bepaalde artikelen van de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden