25 sep 2026 16:15

Samenwerkingsakkoord inzake het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme (Unia)

De ministerraad keurt op voorstel van minister van Gelijke Kansen Rob Beenders een ontwerp van samenwerkingsakkoord goed tussen de federale overheid, het Waalse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie met betrekking tot het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, alsook een voorontwerp van wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord.

Dit ontwerp van samenwerkingsakkoord beoogt de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1499 van de Raad van 7 mei 2024. In deze EU-richtlijn worden minimumvoorschriften vastgelegd voor de werking van organen voor gelijke behandeling om hun doeltreffendheid te verbeteren en hun onafhankelijkheid te waarborgen, teneinde de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling zoals dat voortvloeit uit de Europese richtlijnen te versterken. Ze bevat bepalingen met betrekking tot het mandaat, de bevoegdheden, de onafhankelijkheid, de structuur, de middelen en de toegankelijkheid van de organen voor gelijke behandeling.

Het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme (‘Unia’) is een van de drie Belgische organen voor gelijke behandeling. Het werd opgericht bij het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013.

Het voorliggende ontwerp van samenwerkingsakkoord heeft tot doel de organieke wetgeving van Unia in overeenstemming te brengen met Richtlijn 2024/1499. Het ontwerp bevat verschillende wijzigingen en vernieuwingen ten opzichte van het huidige samenwerkingsakkoord.

De minister van Gelijke Kansen is ermee belast het ontwerp van samenwerkingsakkoord voor te leggen aan het volgende Overlegcomité en de handtekeningen van de betrokken regeringsleiders en functionele ministers te verzamelen.

 De ontwerpen worden daarna ter advies voorgelegd aan de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit.