COVID-19:

Volg live de persconferenties over de evolutie van het coronavirus in België via news.belgium.be/corona.
Ze worden vertolkt in gebarentaal. U vindt er ook de persconferenties van de afgelopen dagen.

23 mei 2008 13:42

Sociaal-economisch beleid van de federale regering

Krachtlijnen van het sociaal-economisch beleid van de federale regering

Krachtlijnen van het sociaal-economisch beleid van de federale regering

Inleiding

We bevinden ons in een context van een zwakkere internationale economische omgeving. De onzekerheden over de impact van de financiële crisis in de nasleep van de vastgoedcrisis op de Amerikaanse huizenmarkt blijven aanhouden. Als kleine, open economie is het niet verwonderlijk dat, net zoals bij onze belangrijkste handelspartners, ook in ons land de groeidynamiek het afgelopen halfjaar afkoelde. Deze groeivertraging doet zich voor op een ogenblik dat we worden geconfronteerd met een versnelling van de inflatie als gevolg van de stijging van de internationale energie- en voedselprijzen.

Na de goedkeuring van een eerste reeks maatregelen middels de programmawet en de begroting 2008, neemt de regering het initiatief om de sociaal-economische prioriteiten uit het regeerakkoord die gericht zijn op het creëren van meer jobs en het versterken van de sociale bescherming in het kader van duurzame ontwikkeling om te zetten in concrete beleidsmaatregelen. Via een goed sociaal-economisch beleid wenst de regering de fundamenten van onze economie te versterken en dit in een kader waarbij alle betrokkenen hun verantwoordelijkheid opnemen: de sociale partners, de federale regering en de gewest- en gemeenschapsregeringen.

Het bevorderen van de werkgelegenheidsgroei is tevens cruciaal om de vergrijzingskosten terug te dringen en op te vangen. Het draagt dus ook bij tot het realiseren van de begrotingsresultaten zoals omschreven in het stabiliteitsprogramma 2008-2011.

Concreet wenst de regering op de ministerraad van 23 mei een agenda en methode vast te leggen om binnen de budgettaire contouren van het stabiliteitsprogramma vijf prioritaire assen uit te werken tegen midden juli:
1) een globale werkgelegenheidsstrategie;
2) het voortzetten van het beleid gericht op de vermindering van de (fiscale en parafiscale) lasten op arbeid in het bijzonder voor de lage en middeninkomens;
3) de aanmoediging van de ondernemerszin, onder meer met een actieplan gericht op de kleine en middelgrote ondernemingen;
4) de versterking van het systeem van sociale bescherming als belangrijke bron van welvaart en welzijn;
5) versterking van het beleid m.b.t. het leefmilieu en duurzame ontwikkeling.

De regering heeft in dit kader reeds een aantal acties gepland en beslissingen genomen. Zij zal tegen midden juli een aantal concrete maatregelen voorstellen m.b.t. belangrijke sociaal-economische prioriteiten binnen de bovengenoemde krijtlijnen.


Prioritaire actiedomeinen

1 – Meer mensen aan het werk

Het optrekken van de werkgelegenheidsgraad is een absolute prioriteit voor deze regering. Werk verschaft mensen niet alleen een inkomen, maar is bovendien belangrijk voor hun welzijn. De verhoging van de werkgelegenheidsgraad is een kritische succesfactor voor het behoud en de versterking van onze sociale welvaartsstaat. De vergrijzingskosten zijn enkel betaalbaar indien de werkgelegenheidsgraad toeneemt van 62% vandaag tot 69% in 2030. Op die manier zullen er voldoende actieven zijn om de gezondheidszorgen en sociale uitkeringen te financieren. Voor deze legislatuur betekent dat een toename van het aantal werkenden met 200.000.

Onze arbeidsmarkt kampt vandaag met twee problemen: op heel wat plaatsen is de arbeidsvraag nog steeds ondermaats, terwijl in steeds meer streken het arbeidsaanbod problematisch wordt. De te vroege uitstap en de ondervertegenwoordiging van enkele doelgroepen op de arbeidsmarkt vormen een probleem. Te weinig jobs én te weinig geschoolde werknemers om ze in te vullen is een paradoxale situatie. Om op deze beide vlakken successen te boeken, is de inbreng van de sociale partners (o.m. door het respecteren van de gesloten akkoorden om 1,9% van de loonsom te besteden aan opleiding van de werknemers) en de deelstaten cruciaal.

Om de arbeidsvraag verder te verhogen wil de regering de concurrentiekracht van de ondernemingen verzekeren. De concurrentiekracht kan worden versterkt door de loonkosten in de hand te houden en door voldoende te innoveren. Tegen 15 juli zullen daarom maatregelen en een kader worden uitgewerkt om de lasten op arbeid te verlagen en de ondernemingszin en de duurzame ontwikkeling te verstevigen. Inzake arbeidsmarktbeleid zal de regering maatregelen uitwerken om de werkloosheidsvallen (o.m. via de verhoging van de minimumlonen) op basis van de voorstellen van de sociale partners te bestrijden. De vereenvoudiging van de doelgroepverminderingen en banenplannen moet bovendien toelaten om de bestaande middelen voor lastenverlagingen efficiënter en transparanter in te zetten, zodat het werkgelegenheidseffect in profit en non-profit bedrijven wordt gemaximaliseerd.

Voldoende jobs volstaan niet, er moeten ook voldoende goedgeschoolde werknemers zijn om ze in te vullen. Een bijsturing van de activeringsprocedure, met onder meer kortere opvolgingstermijnen en een aanpassing van het toepassingsgebied in overleg met de sociale partners, is daartoe een noodzaak. De regering wil een mechanisme uitwerken voor de verhoging van de uitkeringen in een eerste periode die de financiële schok verlicht voor wie in de werkloosheid terechtkomt, maar die tevens aanzet om zo snel als mogelijk de werkloosheid te verlaten, inzonderheid door het versterken van zowel de degressiviteit als de vorming en begeleiding, en zonder de minima per categorie in het gedrang te brengen. Zij zal aan de Nationale Arbeidsraad vragen om concrete maatregelen te formuleren. Voor de personen die ondanks een gedreven beleleiding en vorming toch langdurig werkloos worden zal in overleg met de gewesten de toeleiding naar inschakelingsprojecten versterkt worden. Om de juiste man of vrouw op de juiste plaats te krijgen, zal de regering tegen 15 juli maatregelen nemen om de interregionale mobiliteit te bevorderen, samen met de gewesten en in overleg met de sociale partners, de voorwaarden bepalen voor een economische immigratie, met tijdelijke en daarna definitieve arbeidsvergunningen, en een mogelijkheid tot verblijf en werk te voorzien voor bepaalde mensen die zich op het grondgebied bevinden.

Naast een globaal werkgelegenheidsbeleid, moet er voldoende aandacht zijn voor de groepen op de arbeidsmarkt met de laagste werkgelegenheidsgraad: personen met een handicap, laaggeschoolden, jongeren, ouderen, allochtonen en vrouwen. De regering zal de cumul van enerzijds de uitkeringen aan de personen met een handicap en de invaliditeitsuitkeringen en anderzijds de beroepsinkomsten uitbreiden. Een vereenvoudiging van de studentenarbeid kan bijdragen om de werkgelegenheidsgraad van jongeren te verhogen. De regering zal erop toezien dat alle maatregelen uit het Generatiepact ook werkelijk in wetgeving worden omgezet, zodat de werkgelegenheidsgraad van oudere werknemers verder kan toenemen.

De regering zal ook in overleg met de sociale partners een actieplan uitwerken i.v.m. het welzijn op het werk. 


2 – De lasten op werken en ondernemen verlagen

Het is gekend dat België op het vlak van totale belastingdruk (fiscaal en parafiscaal) op arbeid een weinig benijdenswaardige plaats inneemt vooraan in de internationale rangschikking. Het resultaat is dat de arbeidskost zeer hoog is, wat een belangrijke druk teweegbrengt op de ondernemingen en economische actoren in het algemeen. Anderzijds is de netto verloning dan relatief gezien bescheiden. Dit wordt voor de lage en middeninkomens, met de voortschrijdende inflatie snel als een beperking van de koopkracht ervaren en voor de hogere inkomens als een rem op de verdere ontplooiing van de activiteiten. Het verschil tussen netto inkomen uit arbeid en een vervangingsinkomen is in de regel ook te klein waardoor o.m. werkloosheidsvallen ontstaan.

Om die redenen heeft de regering een belangrijke prioriteit gemaakt van de vermindering van de fiscale en parafiscale lasten op arbeid. De regering is in dat kader bereid om in het kader van de onderhandelingen over het komende interprofessioneel akkoord voorstellen van de sociale partners met betrekking tot gerichte lastenverlagingen (lage lonen, nacht- en ploegenarbeid, …) tot uitvoering te brengen. De regering zal ook de lasten verlagen via de verdere verhoging van het belastingvrije minimum. Deze maatregel moet vooral de koopkracht van de mensen verhogen, de economische groei ondersteunen en de werkloosheidsvallen bestrijden, inzonderheid voor de lage en middeninkomens. Deze regering zal in deze legislatuur ook een bijkomende stap zetten in de richting van een beperking van het aantal tussenliggende belastingschalen.

Vooral voor gezinnen met kinderen en een laag inkomen is een belastingverlaging geen geëigend middel. Daarom is het ook nodig om de parafiscale druk te verlagen voor de werknemers. Binnen de grenzen van een duurzaam begrotingsbeleid, zal de regering daarom ook de sociale lasten op arbeid verder verlichten. 


3 –De ondernemerszin aanmoedigen

In vergelijking met andere landen voelen weinig jongeren zich in ons land geroepen een onderneming te starten. Daarom wil deze regering werk maken van een meer ondernemingsvriendelijk klimaat onder meer door een omgeving te creëren die het concurrentievermogen van onze bedrijven vergroot en hen stimuleert in continue groei, innovatie, inzet en verantwoord ondernemerschap. De regering zal ook haar inspanningen in het kader van het realiseren van de Lissabondoelstellingen (uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling tegen 2010 op 3% van het BBP brengen) m.b.t. onderzoek en ontwikkeling versterken.

Om te garanderen dat onze ondernemingen kunnen opereren binnen een correct economisch marktgegeven, bevestigt deze regering het belang dat zij hecht aan de goede werking en versterking van de Belgische mededingingsautoriteit. Het accent zal worden gelegd op de effectieve handhaving van het verbod op kartels en op het misbruik van machtsposities.
Niet enkel onze ondernemers hebben belang bij een transparante marktwerking. Het huidige koopkrachtdebat toont aan dat de eindprijzen aan consument eveneens een factor van formaat betekenen in de werking van de markt en de economie.

Om erover te waken dat het beleid een voldoende duidelijk zicht heeft op de totstandkoming van deze eindprijzen richt de regering een prijzenobservatorium op dat de verschillende componenten ervan zal onderzoeken. Op deze manier verwerven we een beter zicht op de marktwerking of op de eventuele concurrentievervalsing. Indien nodig kunnen nadien maatregelen worden genomen.

Stimulerend economisch beleid dient primordiaal tot jobcreatie te leiden.

Om de oprichting van nieuwe ondernemingen te stimuleren tekent deze regering een actieplan en specifieke wetgeving uit die specifiek gericht zijn op de oprichting en ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen.

Teneinde de aantrekkingskracht van het beroep van zelfstandigen te vergroten zal deze regering de verbetering van hun sociaal statuut verderzetten.

Een duurzaam economisch beleid dient rekening te houden met ondernemen in alle tijden, dus ook in moeilijke. Wij zijn van mening dat een tegenslag niet automatisch mag gelijk staan aan het faillissement en dat bij overname voldoende garanties voor de werknemers dienen te worden uitgewerkt. Met o.m. dit doel voor ogen neemt deze regering het initiatief om de wet van 17 juli 1997 op het gerechtelijk akkoord te herzien. 


4 – De sociale bescherming versterken en de armoede bestrijden 

De regering wenst het verzekeringsprincipe, de solidariteit, de welvaartskoppeling en de lange-termijn financiering van de sociale zekerheid te versterken. Parallel hiermee ontwikkelt zij initiatieven die de toegang tot de gezondheidszorg verbeteren en de armoede bestrijden. De afgelopen maanden heeft zij daartoe reeds een heel aantal maatregelen genomen om bovenop de indexkoppeling bepaalde uitkeringen te verhogen. Een aantal maatregelen zijn reeds in werking getreden en andere zullen in de loop van de volgende maanden van start gaan.

Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan alle maatregelen die eerder werden overeengekomen tussen de sociale partners over de besteding van de welvaartsenveloppe. Op 1 september zullen bijvoorbeeld de pensioenen, de invaliditeitsuitkeringen, de arbeidsongevallenrenten en de beroepsziekte-uitkeringen, voor zover ze 6 jaar geleden of tussen 15 en 20 jaar geleden ingingen, met 2% stijgen. De komende maanden buigen de sociale partners zich over de invulling van de welvaartsenveloppe 2009-2010.

De regering wil tegen 15 juli op de volgende prioritaire domeinen een gemeenschappelijke toekomstvisie ontwikkelen: op het vlak van de versterking van het verzekeringsprincipe: de toename van de vervangingsratio van de pensioenen. Op het vlak van de versterking van de solidariteit: de verdere verhoging van de minimumpensioenen in alle stelsels, de realisatie en het groeipad voor de omvorming van de jaarlijkse leeftijdstoeslag tot een volledige dertiende maand kindergeld, een bijzondere inspanning leveren m.b.t. de kinderbijslag voor gezinnen met gehandicapte kinderen, de koppeling van de kinderbijslagen aan de welvaart (binnen de welvaartsenveloppe), de vermindering van de solidariteitsbijdrage op de pensioenen met het oog op de afschaffing ervan, het optrekken van de toegelaten arbeid voor 65-plussers en voor genieters van een overlevingspensioen en de harmonisering van de minimumuitkeringen voor zelfstandigen en werknemers. Op het vlak van de welvaartskoppeling: de verhoging van de oudste pensioenen. Op het vlak van de lange-termijn financiering van de sociale zekerheid: de manier waarop het Zilverfonds en het Toekomstfonds voor de gezondheidszorg verder uitgebouwd kunnen worden.

Inzake gezondheidszorg moet de invoering van innovatieve technieken en geneesmiddelen mogelijk blijven. Dit moet gepaard gaan met een blijvend streven tot dekking van de objectieve zorgnood van de patiënt tegen de meest economische prijs. Op basis van de resultaten van een lopende studie ter zake, zal een grotere bescherming worden geboden aan chronische zieken onder meer via de aanpassing van het systeem van de maximumfactuur. De uitvoering van het kankerplan zal worden voortgezet. De regering zal een plan uitvoeren om families waarvan een lid erg zorgbehoevend is te ondersteunen. Er wordt werk gemaakt van een verhoging van de attractiviteit van de medische beroepen, van het versterken van de positie van de huisarts, en van een betere afstemming van het zorgaanbod op de zorgvraag op de diverse domeinen die in het regeerakkoord werden vermeld.

Het federaal actieplan voor armoedebestrijding wordt op 4 juli voorgesteld aan de Ministerraad. In dit ambitieus plan zal de verhoging van de koopkracht door middel van een verhoging van de laagste uitkeringen worden beschreven. Met betrekking hierop zal de regering een jaarlijkse inspanning leveren.

De regering erkent tevens dat er in ons land naast een actieve bestrijding van de overmatige schuldenlast een dringende nood is aan financiële vorming en wil daarom werk maken van een instituut of platform dat op een gecoördineerde manier aan financiële vorming en sensibilisering doet. 


5 – Een duurzaam milieu- en energiebeleid 

Ons leefmilieu gezond en vitaal houden ten dienste van de komende generaties. Dit is het engagement dat deze regering aangaat. Het jaar 2008 betekent de start van de Kyotoperiode. Over de periode 2008-2012 moet de Belgische CO 2-uitstoot jaarlijks met gemiddeld 7, 5% dalen ten opzichte van het niveau van 1990. Naast de inspanningen die de Gewesten hiervoor leveren, moet de federale overheid jaarlijks 4, 8 miljoen ton CO2 per jaar minder uitstoten. Hiervoor is concreet en doelbewust handelen vereist, van iedereen: burgers, bedrijven en niet in het minst de overheid zelf. Het zogenaamde proces van de “Lente van het Leefmilieu” heeft een dynamisch maatschappelijk proces op gang gebracht. Begin juli zal de regering concrete maatregelen nemen die de uitstoot van CO2 verder reduceren en de energie-efficiëntie aanwakkeren. Deze maatregelen zullen onder meer inspelen op duurzame vormen van productie, consumptie en verplaatsingen (inclusief m.b.t. woon-werk verkeer). De regering zal zich tevens voorbereiden op de Europese doelstelling om tegen 2020 een aandeel van 13% hernieuwbare energie te bereiken op de totale energieconsumptie. In dit verband zal de regering ondermeer zorgen voor de optimale exploitatie van het potentieel aan off-shore windenergie in de Noordzee en zal ze de toegang voor de consument tot biobrandstoffen verbeteren en toezien op een duurzame ontwikkeling van de biobrandstoffen. Ook de energie-efficiëntie van de overheidsgebouwen zal worden verbeterd.

Toegang tot energie is een basisrecht. De regering stelt zichzelf als doel billijke en betaalbare energieprijzen na te streven. Hiertoe is actie op diverse terreinen vereist.

Om structureel en voor iedereen verantwoorde energieprijzen te bereiken, zal de regering de voorwaarden scheppen om de concurrentie op de gas-en elektriciteitsmarkt te verhogen. De regering zal hiertoe nieuwe spelers aan de productiezijde aanmoedigen, een onafhankelijk beheer van de transportnetten met een substantiële vertegenwoordiging van de publieke sector nastreven, het op de markt brengen van competitieve productiesites stimuleren. De nationale regulator zal toezien op het competitief gedrag en op een verantwoorde verhouding tussen kosten en prijzen van de ondernemingen.

Voor hen die het het moeilijkst hebben, ontwikkelen we een adequaat sociaal energiebeleid. Hiertoe zal het sociaal verwarmingsfonds en het systeem van sociale tarieven voor gas en elektriciteit worden ingezet. Voor de mensen die in aanmerking komen, laten we de sociale tarieven automatisch in werking treden. Daarnaast zullen de bestaande instrumenten worden geëvalueerd, met als doel ze beter op elkaar af te stemmen en de toegang ertoe te optimaliseren in het kader van een progressieve tarifering.

We sporen gezinnen en bedrijven aan om zuiniger met energie om te springen. De goedkoopste en properste energie is immers deze die we niet verbruiken. De aftrekbaarheid voor energiebesparende investeringen zal worden verhoogd en indien mogelijk vooraf gefinancierd of omgerekend in een korting op de factuur. De bedrijven zullen hun investeringen versneld of degressief kunnen aflossen. We zullen in het kader van een alliantie voor werk en milieu tussen de werkgevers, werknemers uit de bouwsector, de milieuverenigingen en de overheid een efficiënt derdebetalerssysteem opzetten om de investeringen in duurzaam bouwen aan te moedigen.

We staan erop iedereen correct en op begrijpbare wijze te informeren over zijn of haar energieverbruik. In dit verband zullen we een uniforme energiefactuur ontwikkelen die alle leveranciers zullen hanteren. 


Besluit
 

De regering wenst tegen midden juli de bovenstaande beleidsmaatregelen verder uit te werken. Zij wil via dat gedegen sociaal-economisch beleid het hoofd bieden aan de zwakkere economische omgeving. De bedoeling is meer mensen aan het werk te helpen en van een degelijk inkomen te voorzien om hun welvaart en welzijn te versterken.

In bijhorend document rechtsboven vindt u de lijst met de prioritaire actiedomeinen van het socio-economische beleid van de regering.