09 jun 2005 17:00

Spoorweginfrastructuur

Op voorstel van de heer Renaat Landuyt, Minister van Mobiliteit, keurde de Ministerraad een ontwerp van koninklijk besluit goed, tot wijziging van het koninklijk besluit (*) houdende uitvoering van het koninklijk besluit (**) betreffende de voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur.

Op voorstel van de heer Renaat Landuyt, Minister van Mobiliteit, keurde de Ministerraad een ontwerp van koninklijk besluit goed, tot wijziging van het koninklijk besluit (*) houdende uitvoering van het koninklijk besluit (**) betreffende de voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur.

Het koninklijk besluit (*) dat wordt gewijzigd, bepaalt de principes en de procedures van de infrastructuurcapaciteiten en van de infrastructuurretributies. Het blijkt dat de kosten van de spoorwegbeheerder groter zijn, dan wat oorspronkelijk verwacht werd. Daarom wil men de spoorwegbeheerder de mogelijkheid geven om heffingen te innen, die de kosten die voortvloeien uit de exploitatie van de spoordienst benaderen. Het ontwerp voert twee nieuwe parameters in om de retributie voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur te berekenen. Het gaat om de parameters van de vraagelasticiteit en van het concurrentievermogen. Hierdoor kan men rekening houden met de configuratie van de spoorwegvervoersector die gedeeltijk open is voor concurrentie. Het ontwerp bepaalt ook dat de spoorwegbeheerder zijn retributie kan aanpassen aan de evolutie van zijn kosten, op minder lange termijn dan degene die nu voorzien is. Zo kan hij sneller aanpassingen maken. (*) van 9 december 2004. (**) de hoofdstukken VII en IX van het kb van 12 maart 2003.