Op voorstel van de heer Renaat Landuyt, Minister van Mobiliteit, keurde de Ministerraad een ontwerp van koninklijk besluit goed, houdende uitvoering van de Europese verordening (*) betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (tachograaf).
Het ontwerp behandelt de volgende belangrijke punten: - het principe van de noodzakelijkheid om de voertuigen met een tachograaf uit te rusten, - de erkenningvoorwaarden voor de modellen van tachografen, de registratiebladen en de geheugenkaarten, - de algemene voorwaarden voor de erkenning van werkplaatsen die tachografen installeren, controleren of herstellen, - de voorwaarden waaraan de werkplaatsen moeten voldoen, die erkend waren vóór de inwerkingtreding van het besluit en die hun activiteit niet wensen uit te breiden tot digitale tachografen, - de voorwaarden waaraan de installateurs of herstellers van digitale tachografen moeten voldoen. Deze voorwaarden slaan op het gereedschap, de kwalificatie en de opleiding van het personeel, - de intrekking van de erkenning en de beroepsmogelijkheden, - de aanduiding van de ambtenaren of bevoegde instellingen die belast zijn met de controle van de erkende werkplaatsen, - het principe en de periodiciteit van de controles van de tachograaf en van de installatie in haar geheel, - de verplichte vermeldingen op het installatieplaatje waarvan het model door de administratie is bepaald, - de voorwaarden betreffende de uitreiking, het gebruik, de teruggave of de vervanging in geval van onvrijwillige buitenbezitstelling van de vier soorten tachograafkaarten, namelijk: de bestuurderskaart, de bedrijfskaart, de werkplaatskaart en de controlekaart, - de voorwaarden voor de opslag, de bewaring en de toegankelijkheid van de in het geheugen van de digitale tachograaf opgeslagen gegevens, - de aanduiding van de personen die belast zijn met de opsporing en vaststelling van de inbreuken en het bedrag van de boetes in geval van inbreuk, - de voorwaarden waaronder een bestuurder, die om bepaalde redenen een tijdje niet gereden heeft, zijn afwezigheden kan staven door middel van een origineel attest van zijn werkgever, - de slot- en opheffingsbepalingen. Het ontwerp wordt aan de Raad van State overgemaakt, die binnen de 30 dagen advies geeft. (*) EEG-verordening 3821/85 gewijzigd bij de verordening nr 2135/98 van de Raad van 24 september 1998 en aangepast aan de vooruitgang van de techniek bij de verordening nr 1360/2002 van de Commissie van 13 juni 2002.