Het beginsel van wederzijdse erkenning van gerechterlijke beslissingen vormt de hoeksteen van de gerechterlijke samenwerking binnen de EU.
Het eerste kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie inzake het toezicht op proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen legt regels vast zodat de lidstaten een beslissing over de proeftijd uitgesproken in een andere lidstaat kunnen erkennen en toezicht kunnen houden op de uitvoering van de straf of de maatregel op hun grondgebied.
Het tweede kaderbesluit inzake de verstekvonissen maakt de formulering van de weigeringsgrond bij verstekvonissen bij de wederzijdse erkenning eenvormig.
2008/947/JBZ
2009/299/JBZ