Wijzigingen inzake de socioprofessionele vrijstelling en de specifieke vrijstelling voor opleidingen
De ministerraad keurt op voorstel van minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke en van minister van Maatschappelijke Integratie Anneleen Van Bossuyt een ontwerp van koninklijk besluit goed inzake de vrijstelling van inkomsten uit arbeid en de specifieke vrijstelling voor beroepsstages en -opleidingen om de socioprofessionele integratie van de begunstigde van het leefloon te bevorderen.
Het ontwerp voorziet eerst en vooral in de vervanging van een forfaitair vrijstellingssysteem door een progressief vrijstellingssysteem op basis van schijven, voor de inkomsten uit niet-specifieke arbeid (gewone vrijstelling). Dit staat toe om ook bij een hoger arbeidsvolume nog een beperkt deel van het inkomen vrij te stellen bij de berekening van het leefloon en zo duurzame activering aan te moedigen. De vrijstellingsperiode wordt teruggebracht van drie jaar naar twee jaar en de periode waarin de vrijstelling kan worden toegepast, wordt niet langer in de tijd beperkt.
Het ontwerp voorziet vervolgens in de afschaffing van de specifieke vrijstelling voor inkomsten uit artistieke activiteiten en van de verhoogde vrijstelling voor knelpuntberoepen. Op beide categorieën zal voortaan de gewone SPI-vrijstelling van toepassing zijn.
Het ontwerp voorziet tot slot in een forfaitaire vrijstelling voor inkomsten uit een beroepsopleiding of -stage door toepassing van een enkel forfaitair bedrag van 157,84 euro per maand, dat gedurende de gehele opleiding geldt, ongeacht de aard van de beroepsopleiding of -stage. Het is een specifiek vrijstellingssysteem voor inkomsten uit een beroepsopleiding of -stage dat opleiding stimuleert en tegelijkertijd de tewerkstelling bevordert: de begunstigden moeten worden aangemoedigd om opleidingen te volgen (vandaar de vrijstelling zonder tijdsbeperking voor alle opleidingen), maar er moet een grotere financiële stimulans worden geboden voor tewerkstelling, wat het hoofddoel is.
De specifieke vrijstelling op de inkomsten uit de IBO/PFI-stage (Individuele Beroepsopleiding in de Onderneming / Plan Formation-Insertion) wordt behouden, waardoor de begunstigde gedurende zes maanden het leefloon en zijn IBO/PFI-opleidingsvergoeding volledig kan cumuleren.
Het ontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de OCMW-federaties en aan de Raad van State.
Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het artikel 22, § 1, r), en van het artikel 35, van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende algemene regeling inzake het recht op maatschappelijke integratie