Gezondheidsprofessionals hebben een cruciale rol te spelen die ruimer is dan de diagnosestelling, het voorschrijven en de aflevering van de medicatie, en moeten zich in de eerste plaats richten op een niet-medicamenteuze behandeling. Zij dragen eveneens de verantwoordelijkheid om – indien medicatie een rol kan spelen – het gebruik nauwgezet op te volgen en hun patiënten voldoende te informeren, sensibiliseren, motiveren, ondersteunen en waar nodig door te verwijzen.
Een eerste stap daarbij: de dialoog openen met de patiënt over diens gebruik van de geneesmiddelen en over de niet-medicamenteuze behandelopties, zoals een andere levensstijl of (psycho)therapeutische begeleiding. Indien er dan toch beslist wordt om medicatie op te starten, dan zouden gezondheidsprofessionals al bij de opstart van de medicatie voldoende aandacht moeten hebben voor de bijwerkingen. Ook de gepaste duur – niet te kort en niet te lang – en het afbouwen van de medicatie moet van in het begin besproken worden met de patiënt.
Overleg tussen gezondheidsprofessionals onderling draagt bij tot een gepaste opvolging van de gezamenlijke patiënt. Als voorschrijvers van de medicatie, spelen artsen vanzelfsprekend een fundamentele rol, maar ook apothekers en psychologen dragen een verantwoordelijkheid. Zij kunnen hun patiënten informeren over een (bijkomende) niet-medicamenteuze ondersteuning, het correcte gebruik van de geneesmiddelen, hen bewust maken van de risico’s of mogelijke bijwerkingen en hen aanmoedigen om het gesprek aan te gaan met de arts wanneer hun situatie evolueert.